Veel gestelde vragen over hechting

In de succesvolle webinar 'Gehechtheid bij verandering' zijn veel antwoorden gegeven op vragen van kijkers. Je vindt hier de antwoorden op vragen die toen zijn gesteld en die we tijdens het webinar niet konden beantwoorden.

Hechtingsstoornis begeleiden

  • Bij 'discussie' is er sprake van stress waardoor reflecteren nog lastiger wordt. Probeer dit voor te zijn en aan te sluiten bij het niveau van reflecteren (en mentalliseren) dat de cliënt heeft; bied duidelijkheid en voorspelbaarheid vanuit de omgeving & help eigen gevoelens, gedachten en die van een ander te duiden bijvoorbeeld door te spiegelen.

  • Om een hechtingsfiguur te worden, moet je wel iemand zijn die geregeld contact heeft met de persoon. Bijvoorbeeld een opa of oma die oppast, een juf/ kinderopvang/ ouder.

  • Bekijk de factsheet over verschillende soorten van gehechtheidsproblemen. Hier zijn de verschillende soorten uitingen van gehechtheidsproblemen terug te vinden.

  • Dit kan zeker bij gehechtheidsproblemen horen. In het verleden heeft de cliënt mogelijk te maken gehad met afwijzing waar de persoon geen invloed op had. Door deze ervaring heeft hij geleerd dat hij/ zij behoefte heeft aan contact, maar dat dit uiteindelijk teleurstellend is. Om invloed te hebben, zal de cliënt dus zelf al in het contact negatief zijn, want dan heeft de cliënt invloed op het contact en het moment dat het negatief wordt.

  • Responsief is de mate waarop je kan inspelen op wat de andere persoon nodig heeft. Bijvoorbeeld: je hebt opgemerkt (sensitief) dat de persoon niet lekker in zijn vel zit. Officieel zou je iets gaan doen. Maar je kiest er voor om een stukje met de persoon te gaan wandelen, zodat de persoon tot rust kan komen. En dan kan je daarna gaan doen wat je eerst van plan was te doen. Of je ziet dat iemand heel boos is uit frustratie (sensitief), dan zoek je eerst een ingang dat de persoon weer rustig wordt (door bijv. in de buurt te gaan zitten, of voor te gaan structureren, of de persoon uit te laten razen, of door afleiden, of.... noem maar op) en pas daarna ga je in gesprek wat de reden van de boosheid is (je bent dan responsief door eerst de connectie aan te gaan en daarna pas in te gaan op de correctie).

  • Het kan helpen om voor te structuren. Door bijv. een afstreep kalender te maken wanneer de begeleider terugkomt. Dat geeft de bewoner grip op de situatie. Of door een alternatief te bieden. Bijvoorbeeld: "pietje gaat nu weg/ gaat nu op vakantie, maar pietje heeft alles over jou verteld aan Suus en daardoor weet Suus ook alles over wat jij belangrijk vindt".

  • Binnen een veilige setting met voorspelbare begeleiders, is dit zeker waar. Maar de voorwaarde is dat er een veilige setting is, waardoor de algemene stress van de onvoorspelbaarheid van welke begeleiding er vandaag is, minder wordt.

  • Een uithuisplaatsing kan zeker een trauma opleveren. Waardoor het kind het vertrouwen in bepaalde mensen kwijt kan raken. Nu wordt er niet zomaar een kind uit huis geplaatst, dus er zal in het gezin zeker wat aan de hand zijn waardoor hier door de kinderrechter voor gekozen is. Een kind kan gehechtheidsproblemen krijgen, doordat er geen veilige basis of een veilige haven is of een combinatie hiervan. Daarnaast zijn kind factoren, omgevingsfactoren en temperament van het kind ook van invloed. Het is lastig te zeggen wat nu de oorzaak is, aangezien je al leest dat het een combinatie van factoren is.

  • Bij 's Heeren Loo gaat het om mensen met een verstandelijke beperking. De verstandelijke beperking zorgt er voor dat het langer duurt voordat iets binnen komt. Dus het duurt ook langer om een gehechtheidsrelatie aan te gaan. Dus het ligt aan eerdere ervaringen of mensen te vertrouwen zijn en aan de (emotionele) leeftijd/ mate van verstandelijke beperking hoe lang zoiets duurt.

  • We hebben verder geen informatie over wat voor persoon de broer van 28 is. Allereerst zou ik troosten en emoties in goede banen proberen te leiden. Zoiets lijkt me voor de broer ook een rouwproces waar hij doorheen moet. Je kan de fases van rouwverwerking erbij pakken. Ook kan uitbeelden d.m.v. (lego/duplo) poppetjes / tekenen helpen om het een plekje te geven.

  • Geef de cliënten inzicht in hun gedrag. Wij hebben de hechtingsstoornis van een cliënt een naam gegeven (pietje). Elke keer als de stoornis de boventoon heeft, benoemen we dit aan de cliënt. Die krijgt zo inzicht in haar gedrag als ze zich laat leiden door "pietje". Psycho educatie is dus heel belangrijk.

  • Het is goed om te weten dat iemand een hechtingsstoornis heeft als begeleider. Dit kan je helpen door negatief gedrag van de ander niet persoonlijk aan te trekken, maar het in de context van de stoornis te plaatsen. Het is een kind eigenschap van de ander. Dit helpt in de begeleiding.

  • Triangulatie in de zin van, in een relatie van twee een derde persoon betrekken kan zowel steunend als problematisch zijn. Wanneer er problemen bestaan bijvoorbeeld door loyaliteitsproblemen en / of een machtsstrijd is vanuit systemische invalshoek aandacht voor de verhoudingen en herstel daarvan. Binnen 's Heeren Loo is daar aandacht voor bijvoorbeeld vanuit 'driehoekskunde'.

  • Observeer wat er precies gebeurt (aanleiding-gedrag-gevolgen); op basis daarvan kan verder bekeken wordt wat deze cliënt (en de omgeving) nodig heeft. Zie ook de webinar voor de tips voor begeleiding van mensen met hechtingsproblemen.

  • Wellicht de nieuwe pb-er/ mentor al een paar keer bij de cliënt op bezoek te laten komen? Of foto's van de nieuwe begeleiders/ zijn nieuwe kamer/ de nieuwe woning in zijn huidige kamer ophangen. Zo kan de cliënt alvast een nieuw gezicht/ de nieuwe plek leren kennen en zal hij op de nieuwe woonplek al een bekend gezicht (of gezichten) zien in een verder totaal onbekende omgeving.

  • Ja er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande methodieken en richtlijnen t.a.v. gehechtheid, wel is er vaak sprake van aanpassing t.a.v. het niveau en of de situatie (voorbeelden zijn Basic Trust, Sherborne). Er is bij 's Heeren Loo een eendaagse training en een e-learning van twee uur aan te vragen via Mijn Leeromgeving. Je kan ook je orthopedagoog vragen wat het beste van toepassing is op de doelgroep waarmee je werkt. Er wordt nagedacht over een training rond de ARGOS methode (in de maak). Deze is toegespitst op het begeleiden van mensen met een verstandelijke beperking en hechtingsproblemen

  • Om de mate van sensitiviteit te bevorderen is de site www.dewereldvanempa.nl heel handig. Dit geeft jezelf inzicht in hoe sensitief je bent. Als je kinderen met verlatingsangst hebt, kan je een soort van verstopspelletjes doen. Eerst is persoon helemaal in beeld, daarna met een doek een gedeelte bedekken, daarna helemaal bedekken, maar wel door blijven praten. Dan echt uit de kamer, maar wel door blijven praten, en zo steeds verder uitbreiden. En elke keer weer laten zien dat ouder terugkomt. Het kind ervaart dan positieve ervaringen van "afwezigheid van ouder". En dat ouder dus ook steeds weer terugkomt. Daarnaast is het goed om de bouwstenen van Truus Bakker met ouders door te nemen. Daar wordt heel duidelijk uitgelegd wat een kind op een bepaalde leeftijd nodig heeft van zijn/ haar ouders om de hechting te bevorderen. Tip is ook het boek 'Spelenderwijs verbinden'.

  • Laat zelf voorbeeldgedrag zien (als begeleider ben jij immers ook een sociaal contact). Bevorder het mentaliseren: 'het vermogen om na te denken over de gedachten, emoties en bedoelingen die je eigen gedrag of het gedrag van anderen bepalen'. Als je verder wil lezen kijk een naar 'Mentaliseren Bevorderende Begeleiding (MBB) van Francien Dekker en Paula Sterkenburg'. Wat grenzen betreft, deze kunnen een belangrijke functie hebben ten aanzien van het vergroten van de voorspelbaarheid en duidelijkheid.

  • Behandeling is met name gericht op alsnog de veiligheid te laten ervaren die de cliënt in de eerste levensjaren heeft gemist om zodoende een veilige gehechtheidsrelatie te bewerkstelligen. Medicatie is hierbij doorgaans niet geïndiceerd. Echter wanneer er sprake is van co morbide problematiek, bijvoorbeeld een gedragsstoornis waardoor het hechtingsproces belemmerd wordt, kan in bepaalde gevallen medicamenteuze behandeling worden toegevoegd. Met name bij jonge kinderen is terughoudendheid van belang.

  • Kinderen kunnen zich zeer zeker aan dieren hechten. Een hond kan warmte, nabijheid, aandacht bieden. Maar een hond kan niet andere hechtingsfiguren vervangen. Op een gegeven moment heeft een kind meer nodig dan alleen warmte, nabijheid en aandacht. Een kind heeft dan iemand nodig die exploratie stimuleert, complimenten geeft om het positieve zelfbeeld te bevorderen. Ik weet dat er cluster 4 scholen zijn die een hond in de klas hebben waar een leerling troost/rust bij kan vinden als de leerling gefrustreerd/ boos/ verdrietig is.

  • Geborgenheid, vertrouwen is de basis van de veilige haven. Daarnaast is er ook een veilige basis nodig waarin het kind zich kan en mag ontwikkelen en nieuwe ervaringen op mag doen. Dat dit door gehechtheidsfiguren bevordert wordt.

  • Er is bij s' Heeren Loo een eendaagse training en een e-learning van 2 uur aan te vragen bij opleidingsplanning. Je kan ook je orthopedagoog vragen wat het beste van toepassing is op de doelgroep waarmee je werkt. Verder staat er veel informatie op deze website.

Ontstaan hechtingsstoornissen

  • Nee, zijn twee verschillende stoornissen. Hans Giltaij heeft hier onderzoek naar gedaan en vond dat beide stoornissen in diagnostiek goed zijn te onderscheiden. Ga naar de webinar waarin het thema 'kwetsbaar' aan de orde is gekomen.

  • Nee, prevalentie verschilt erg per populatie. Maar in normale populaties ligt het percentage dus rond de 1. Het gaat hier om symptomen die vergelijkbaar zijn met de criteria in DSM5, dus dat is nog breder dan diagnose zelf.

  • Nee, gehechtheidsprobleem is er alleen als een kind niet optimaal gebruik kan maken van de veilige basis of veilige haven. Het kan lastiger zijn om je behoeften kenbaar te maken in geval van slechtziendheid of slechthorendheid. En misschien voor ouders lastiger om manieren te vinden waarop je je beschikbaarheid kunt laten ervaren.

  • Dat heeft te maken met voorgeschiedenis. De DSM5 veronderstelt blootstelling aan een pathogene omgeving als oorzaak voor gehechtheidsstoornis. De kans daarop is groter bij kinderen met bijvoorbeeld een pleegzorgachtergrond of ernstige psychische klachten. Let wel, het is geen 1 op 1 relatie.

  • Een beperking kan maken dat gehechtheidssignalen minder duidelijk zijn waardoor het voor ouders en verzorgers moeilijker is te weten waar het kind behoefte aan heeft. Maar de geschiedenis van wisselende gehechtheidsfiguren is ook zeker een relevant aspect. Zie ook de DSM5 waarin dit genoemd wordt als voorbeeld van een pathogene omgeving (veronderstelde oorzaak van hechtingsstoornissen).

  • Nee, in principe niet. Misschien dat ouders meer stress ervaren, meer zorgen waardoor ze na die tijd meer moeite hebben om sensitief te zijn.

  • Hechting is gebaseerd op interactie kind-opvoeder. Kind kenmerken (en ouderkenmerken) spelen hierbij een rol (MCDD kan zo bezien worden als 'kind kenmerk'). Dit hoeft niet te leiden tot hechtingsproblemen maar maakt wel dat dit een specifiek beroep doet op de sensitiviteit en responsiviteit van opvoeders.

Hechting en psychische stoornissen

  • Nee, zo zwart-wit is het niet. Er is wel wat onderzoek gedaan naar het verband tussen persoonlijkheidsstoornissen en gehechtheidstypen/classificaties maar er is geen onderzoek wat een causaal verband aantoont.

  • Zie onderzoek Hans Giltaij voor duidelijke richtlijnen voor diagnostiek van beide stoornissen.

  • Zie onderzoek Hans Giltaij voor duidelijke richtlijnen voor diagnostiek van beide stoornissen.

Rol van het gezin bij hechtingsstoornis

  • Beschikbaarheid, veilige basis en veilige haven. Er zijn interventies beschikbaar om sensitiviteit van ouders te verhogen. Bewezen effectief is VIPP-SD.

  • Als met onthecht wordt bedoeld 'onveilige gehechtheid', ja, dan kan moeder dat zeker leren, zie vraag hierboven.

  • Ja, er kunnen in de ene relatie gehechtheidsproblemen zijn en in de andere niet.

  • Daar valt niets over te zeggen. Alleen in het geval van kinderen die uit tehuizen zijn geadopteerd, is de kans groot op blootstelling aan een niet-optimale/risicovolle opvoedomgeving.

  • Ook op latere leeftijd blijft aandacht voor het hechtingsproces belangrijk in de relatie met belangrijke anderen, in dit geval begeleiding en mogelijk ouders (sensitief & responsiviteit). Heb daarnaast aandacht voor mogelijke trauma's bij de cliënt en/of (adoptie)ouders. Bijvoorbeeld doordat de cliënt moest verhuizen. Verontschuldigen van (adoptie)ouders (en begeleiding)

  • Ouders zijn heel belangrijk en door focus op opvoedgedrag kun je ouders leren meer beschikbaar te zijn. Dat is het begin van de verandering.

  • Alleen als er regelmatig behoeften van het kind worden genegeerd.

Praktische ondersteuning in het gezin bij 's Heeren Loo

Hechtingsstoornis en leeftijd

  • Zoals al tijdens het webinar aangegeven, is het nooit wetenschappelijk bewezen dat dit invloed heeft op de vroegtijdelijke hechting. Aangezien dit vorm krijgt rond de zesde maand na de geboorte. Maar persoonlijk denk ik zeker dat het invloed heeft hoe blij je met het ongeboren kind bent.

  • We weten dat ook na die 1000 dagen gehechtheidsrelaties nog kunnen veranderen, bv van onveilig naar veilig. Er kunnen ook nieuwe gehechtheidsrelaties bijkomen. Dat is wat onderzoek naar bv pleegkinderen heeft laten zien. Dus ook kinderen die ouder zijn dan 1000 dagen kunnen nieuwe (veilige) gehechtheidsrelaties ontwikkelen

  • Ja, wanneer de eerste levensjaren sprake is van een sensitieve en responsieve gehechtheidsrelatie is er een belangrijke basis gelegd. Zie 'bouwstenen van hechting'.

  • Als de basis goed is, kan er ten opzichte van een onbetrouwbaar hechtingsfiguur op latere leeftijd een soort van copingstrategie ontstaan: doe om te gaan met die onbetrouwbare hechtingsfiguur. Maar als er wel betrouwbare hechtingsfiguren zijn, kan teruggegrepen worden naar de goede ervaringen die een hechtingsfiguur met zich meeneemt.

Corona en hechting

  • Bij cliënten met een emotionele leeftijdsontwikkelingen van minder dan 9 maanden is lichamelijk contact erg belangrijk. Ik zou hier op de groep waar je werkt met de orthopedagoog afspraken over maken hoe je hier wel aan tegemoet kan komen (bijv. door met bescherming aan iemand op de rug te aaien), of wellicht zijn hier al afspraken over. Snoezelen kan ook helpen om iemand wel een geborgen gevoel te geven.

  • Voor de ene doelgroep is een knuffel van groot belang, omdat dit de basisbehoefte is (bij zeer laag niveau met een emotionele leeftijd tot aan 9 maanden). Bij hoger niveau zijn er ook andere zaken die belangrijk zijn binnen de hechting (zie de bouwstenen van Truus Bakker voor meer informatie hierover), die je dan als alternatief kan aanbieden (bijv. complimenten geven, samen een activiteit doen, aandacht voor de cliënt buiten geplande momenten).

Herstel hechtingsstoornis

  • Ja, dat kan. Onveilige representaties zijn om te buigen bv door therapie en relatie met steunende beschikbare partner

  • Ja, behandeling richt zich op ouder, zie sensitiviteit.

  • Ja, zie eerder onderzoek van Rutter naar kinderen met RHS die na plaatsing in adoptie gezin (vanuit tehuis) weinig tot geen symptomen meer hadden van RHS.

In dit webinar vertellen experts je meer over waarom hechting zo belangrijk is, hoe de hechtingsontwikkeling verloopt en wat je zelf kunt doen om het hechtingsproces te stimuleren. Dit webinar is een initiatief van ’s Heeren Loo en de Vrije Universiteit Amsterdam.

Bekijk de webinar

Een vraag over het webinar?

Heb je naar aanleiding van het webinar een vraag over hechting? We helpen je graag op weg. Of heb je feedback? Ook dat horen we graag.

Contact

Kunnen we je helpen?

Wil je meer weten over onze expertise op het gebied van hechting? Of heb je een vraag? We helpen je graag op weg. Je kunt ons op verschillende manieren bereiken. Per telefoon, e-mail of via social media. Net wat jij prettig vindt.

Neem contact op
Terug naar boven