Afscheidsinterview met Jeanette van den Born, Hoofd Behandeling 's Heeren Loo Groot Emaus

Jeannette van den Born, Hoofd Behandeling bij ’s Heeren Loo Groot Emaus, nam deze week afscheid. Ze werkte 25 jaar in de jeugdzorg, waarvan zeven jaar bij Groot Emaus. Volgende maand zet ze de stap naar zorg voor volwassenen met een verstandelijk beperking. In dit interview werpt Jeannette een blik terug op haar jaren bij Groot Emaus, hét landelijke orthopedagogisch behandelcentrum van ’s Heeren Loo voor jongeren met een lichte verstandelijk beperking en ernstige gedragsproblemen.

Wat trekt je aan in de doelgroep die hier behandeld wordt?

“Wat ik zo mooi vind aan de jongeren die bij Groot Emaus komen is het spanningsveld tussen de stoerheid van hun uiterlijk en de kwetsbaarheid vanbinnen. Daarnaast heb ik veel compassie met ze. Omdat ze vaak zo beschadigd zijn, maar daar niks aan kunnen doen. Ze zijn dubbel belast. Intelligentie is een grote beschermende factor voor het omgaan met problemen. Die missen zij. Wat hen alleen maar nóg kwetsbaarder maakt. Ze hebben op zoveel terreinen problemen, dat vraagt om de juiste zorg. Daarnaast hebben deze jongeren geen filter. Ze zijn heel direct. Dat is soms ingewikkeld. Maar ook heel mooi.”

Wat was jouw rol bij Groot Emaus? 

“Als hoofd behandeling was ik medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg op Groot Emaus. Ik werkte zowel op strategisch, tactisch als operationeel niveau. Dat vond ik ook het leuke. Het ene moment bespreek je hoe we een aanbesteding gaan uitzetten en het andere moment wat we moeten doen met een jongere die opgepakt is en iemand zwanger heeft gemaakt. En daar zit veel tussenin. Bijvoorbeeld het aansturen van het multidisciplinaire team van zorgprofessionals zoals gedragswetenschapers, psychiater, sociaalpsychiatrisch verpleegkundige, maatschappelijk werker en vak therapeuten en het meedenken met beleid. In deze functie moet je in de dynamiek zaken snel kunnen duiden, gevoel hebben voor externe partners en het helpt als je ook op strategisch niveau snapt wat deze jongeren vragen. Deze diversiteit heeft me altijd erg getrokken.” 

“Daarnaast trok het duaal samenwerken met de regiodirecteur me ook aan. Ik heb altijd heel fijn samengewerkt met Bija Westerhof-Hop (regiodirecteur). Ik heb veel vertrouwen in haar. Ze doet de goede dingen voor Groot Emaus en doorloopt het juiste proces om onszelf kwalitatief te blijven ontwikkelen in het belang van de behandeling van de jongeren.”

“En wat ik mooi vind is dat we bij Groot Emaus mediërend behandelen. We werken niet alleen 1-op-1 met een cliënt maar ook met een heel team aan de behandeling. Samen met de ouders en altijd in alle milieus: op de behandelgroep, op school (of het werk) en in de vrije tijd. Dat vergt wat anders van behandelaren dan wanneer je therapie geeft aan een jongere. Zij moeten uitleg geven en handvatten bieden aan het team. Want de jongeren reageren ook weer op elkaar. Als behandelaar moet je er echt lol in hebben, om met een team te werken. En je moet ook kunnen loslaten. Want je hebt daardoor niet altijd alles in de hand.”

“De regeldruk in het sociaal domein zal ik niet missen”

Je stapt uit de jeugdzorg. Ga je dit niet enorm missen?

“Ja, dat is best spannend. Maar het voelt ook wel weer goed. Ik heb gezien hoeveel regeldruk de transformatie in het sociaal domein met zich mee heeft gebracht en zal dat niet missen. Daarnaast hoorden we bij Groot Emaus vooral continu van de buitenwereld hoeveel we wel niet kosten. Nooit zei een gemeenteambtenaar “Goh wat fijn dat jullie er zijn voor deze complexe doelgroep”. Dat is wel eens frustrerend. Die erkenning heb je af en toe gewoon nodig. Daarnaast heb je bij Groot Emaus te maken met ouders en gezinsvoogden. Dat vraagt een specifieke benadering. Binnen de gehandicaptenzorg is het netwerk wat gemêleerder. Er is een andere dynamiek. Ik heb zin om die te ontdekken.”

Je bent ook hoofddocent aan de opleiding tot Orthopedagoog Generalist van de Rijksuniversiteit in Groningen. Blijf je dat doen?

“Ik heb de afgelopen jaren veel energie gestoken in het ‘BIG-geregistreerd’ krijgen van de module die ik geef. Dus ook al stap ik uit het sociaal domein, daar wil ik niet meteen mee stoppen. Maar uiteindelijk zal dat toch wel gebeuren. Maar, ik heb twee collega’s van Groot Emaus zover gekregen om ook lessen te geven voor deze opleiding, over hechting en trauma. Zo blijft Groot Emaus haar kennis delen.”

“Het voelt als een denderende intercity waar ik uit probeer te stappen”

Hoe zou je jouw jaren bij ’s Heeren Loo Groot Emaus samenvatten?

“De woorden die het eerst in me opkomen zijn enerverend en dynamisch. Niet alleen de doelgroep is complex, ook de organisatieprocessen zijn dat. Het werk gaat continu door en je bent steeds op zoek naar balans en planmatigheid zodat je minder reactief hoeft te zijn. Je kunt niet niet meedoen hier en dat is op een bepaalde manier prettig. Maar het is topsport op alle lagen. Het voelt voor mij nu als een denderende intercity waar ik uit probeer te stappen. Maar dat valt niet mee”, zegt ze met een knipoog. 

Wat is er veranderd in jouw jaren bij Groot Emaus en waar ben je trots op?

“Doordat we het basisklimaat hebben neergezet bij Groot Emaus voelden begeleiders zich meer gezien. Waarvoor alle credits overigens naar de collega gaan die het heeft geschreven. Het basisklimaat geeft antwoord op hoe begeleiders kunnen bijdragen aan de behandeling. Het geeft uitleg over hoe het werkt in de hoofden van jongeren met een lichte verstandelijke beperking en gedragsproblemen én het geeft tools hoe hier mee om te gaan. Dit liet de professionaliteit van Groot Emaus zien. We kregen hiervoor van binnen en van buiten ’s Heeren Loo erkenning. Mijn mailbox ontplofte met positieve reacties. We, de collega’s met wie ik dit samen deed, waren heel nuchter. We hadden dat nooit verwacht. Dat was een mooie tijd.”

“Hetzelfde geldt voor KIT, de Kortdurende Intensieve Traumabehandeling waarmee we eind vorig jaar de eerste pilot draaiden. Het was mooi om te zien hoeveel behoefte hieraan is. We hebben onszelf er, zonder dat dat de bedoeling was, goed mee op de kaart gezet. En wat ik ook een positieve verandering vind is dat het de organisatie steeds beter lukt om moeilijke thema’s intern te bespreken. Bija heeft hierin echt een voortrekkersrol gespeeld.”

Is de complexiteit van de cliënten veranderd? 

“Ik denk het niet persé. Wij hebben te maken met jongeren met een zeer intensieve zorgvraag, omdat dat het enige nog is in Nederland waar 24 uurs zorg voor wordt ingezet. De minder complexe jongeren komen daarom niet meer bij ons. Daarnaast hebben we twee jaar geleden de JeugdzorgPlus erbij gekregen. Je kunt dus vooral spreken van een verdichting van complexe vragen.”

Wat vond je het leukst van werken bij Groot Emaus?

“De dynamiek. De doelgroep. Het team mensen om me heen. En wat ik heel leuk vind is dat als je goede ideeën hebt, en dat geldt binnen heel ’s Heeren Loo, dat je - ook al heb je weinig budget - die ruimte toch kunt pakken. Dat pionieren en innovatieve gaf mij energie.”

Hoe was werken tijdens Corona bij Groot Emaus?

“Ik heb daar erg goede herinneringen aan. Zeker aan de eerste maanden, toen we als crisisteam midden in de hectiek nog op kantoor werkten. Wat hebben we gebuffeld. Beleid vertalen, teksten schrijven, controleren, nadenken over speciale situaties die voor ons anders waren dan bij de rest van ’s Heeren Loo en dat allemaal in een snelkookpan. En wat hebben we gelachten. En gesnoept. Het was een hele bijzondere tijd waarin we als crisisteam steeds hechter werden.”

Wanneer kwam voor het eerst de gedachte bij je op dat het tijd was voor iets nieuws?

“Dat is geleidelijk gegaan. Begin 2020 vroeg een collega me hoe lang ik hier al werkte. Toen ik me realiseerde dat dat alweer bijna zeven jaar was zette dat me aan het denken. Toen zag ik een vacature die goed paste bij wat ik me als volgende stap voor ogen hield. Het was mijn eerste sollicitatie en ik werd meteen aangenomen. Ik kan je vertellen dat ik dacht 'oh hemel, nu gaat het ineens wel heel snel'. Maar helemaal prima. Voor mij en voor Groot Emaus. Het is belangrijk dat er overal zo nu en dan een frisse wind waait.”

Fotografie: Lillian van Rooij

Gerelateerde items

Terug naar boven