Cliënt? Niks ervan, Andrew is een vriend

Mark van der Linden is vrijwilliger bij ’s Heeren Loo. Bij Andrew op visite gaan voelt voor hem niet anders dan een bezoek brengen aan een andere kameraad.

In het Noordhollands Dagblad van zaterdag 13 januari 2024 belicht journalist Brian Wijker het belang van het vergroten van het netwerk van mensen met een verstandelijke beperking. Een vrijwilliger maakt het leven van een cliënt een stukje mooier. De foto is gemaakt door George Stoekenbroek.

Rommelen met stekkers en kabels, in de weer met oude videocamera’s en snuffelen tussen grammofoonplaten. Jarenlang doet Andrew van Poppel (55) het in zijn eentje. Tot vrijwilliger Mark van der Linden (52) in zijn leven komt.

Julianadorp „Zou de eerste keer dat we afspraken drie jaar geleden zijn?”, vraagt Andrew zich hardop af. „Het was net voor corona, in elk geval.” Er gaat een lampje branden bij Mark. „Dat klopt, ja. Want jij hebt mijn oude huis nog gezien, die had ik toen net verkocht. Ik ben al zeker drie jaar verhuisd.”

Mark is vandaag wat later, het werk liep wat uit en het is druk geweest op de weg. Hij woont in Schagen en werkt als ICT-manager bij Spaansen in Winkel. „Maar dat wist Andrew. Als ik érgens op tijd ben, dan is het bij hem. Kwart over zeven is kwart over zeven. En niet tien over zeven of tien voor half acht.”

Het hoort een beetje bij de beperking van Andrew, die drang naar structuur, zekerheden en regelmaat. Maar beperking, beperking. Eigenlijk is er helemaal niets mis met hem. „Ik heb van kinds af aan een leerachterstand, moeite met schrijven, lezen, taal en rekenen. Ik ben opgegroeid in Adelaide, in Australië. Daar zijn mijn ouders destijds naartoe geëmigreerd. Omdat de zorg hier beter is geregeld en ik naar een ZMOK (school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen) kon, zijn we weer teruggekomen. Sommige dingen gaan me nog steeds niet eenvoudig af, maar ik heb in mijn leven een hoop geleerd.”

Rijtjeswoning

Andrew komt via Zaandam uiteindelijk terecht in Julianadorp op woonzorgpark Noorderhaven. Hoewel hij daar nog bijna dagelijks te vinden is, woont hij inmiddels in de ’normale’ wereld. In een rijtjeswoning aan de Boterzwin. „Dat had ik eerst ook niet verwacht”, zegt Mark. „Ik keek ook een beetje raar op toen de navigatie me deze kant op stuurde. Andrew woont in het huis met nog een andere cliënt en bijna altijd is er een begeleider in de buurt. Ernaast staan nog twee rijtjeswoningen, die zijn ook van ’s Heeren Loo. „Je bent hier lekker tussen de gewone mensen”, zegt Andrew. „Het voelt anders dan toen ik nog op Noorderhaven woonde. Want ik heb daar nog steeds mijn dagbesteding. Ik knutsel dingen in elkaar die we dan weer verkopen. En ik doe er nog andere klusjes, zoals het opruimen van zwerfafval. Maar nu ga ik ook echt het terrein af als mijn werk erop zit.”

Kiss

Mark meldt zich per toeval aan als vrijwilliger. „Eigenlijk was het een voornemen van mijn vrouw, zij wilde vrijwilligster worden. Maar toen stuitte ze op de advertentie van Andrew. Daarin stond dat-ie gek is van oude videorecorders, etcetera. Maar ook dat hij van rockmuziek houdt en in het bijzonder Kiss. Daar ben ik ook groot fan van.” Tijdens de eerste afspraak is er meteen een klik. „Andrew was al heel snel geen cliënt meer voor mij. Bij hem op bezoek gaan is net als op visite gaan bij elke andere vriend. Andrew is een vriend van me, zo zie ik hem ook écht.”

Dat geluid wordt goed ontvangen. „Uiteindelijk zijn we ook allemaal gelijk. En we helpen elkaar”, vertelt Andrew.

Over helpen gesproken, er moet nog worden gekeken naar dat oude mengpaneel dat het duo onlangs via Marktplaats op de kop heeft getikt. „Als je wil, kan ik na het interview wel even voor je kijken”, stelt Mark voor. „Anders komt het volgende keer wel”, antwoordt Andrew. Voor een leuke prijs hebben ze de mengtafel opgehaald. „Toen we bij die man kwamen, gooide Andrew meteen zijn hele levensverhaal op tafel”, vertelt Mark.

„Dat is het mooie van hem: hij is zo ontzettend sociaal, dat mensen hem heel graag zien. Laatst was hij mee naar mijn werk. Ik moest nog wat spullen uit de auto halen. Toen ik daarmee klaar was, was ik Andrew al kwijt. Die was iedereen binnen al handen aan het schudden. Die hadden geen idee wie hij was.” Ook bij Mark thuis hoort Andrew er helemaal bij. „We spreken ongeveer om de week af. De ene keer kom ik hier, de andere keer komt hij bij ons. Dan eten we pizza en kijken we film. Mijn kinderen zijn aan hem gewend en ook de hond begint steeds meer naar hem toe te trekken. Die vond het in het begin een beetje vreemd dat Andrew de hele tijd tegen hem praat.”

Naast vertellen laat Andrew ook graag dingen zien. Zijn kamer lijkt haast een nostalgisch museum. Het stikt van de oude videocamera’s, snoeren en kabels. Mark: „Als ik volgende week een kabeltje meeneem dat hij nog nooit heeft gezien, dan is-ie daar weer uren mee zoet.” Tijdens het interview maakt Andrew er ook geen probleem van om af en toe uit het niets te vertellen over een attribuut aan de muur. „Die hoed, die komt uit Australië. En dat daar zijn de schilderwerken van mijn vader. Die leeft inmiddels niet meer. Hij en mijn moeder zijn in 2015 allebei overleden.”

Droog

Kort voor Mark vrijwilliger wordt van Andrew overlijdt zijn eigen vader. Of het hun band heeft versterkt? Andrew: „Ik heb hem gecondoleerd. Maar het leven gaat door, hé.” Mark: „Dat is dus ook Andrew, lekker nuchter en droog. Ik houd daar wel van.”

Niet alleen het leven van Andrew is mooier geworden, ook dat van Mark. „We moeten binnenkort maar weer eens op pad samen, vind je niet?” Dat lijkt Andrew een goed idee. „We zijn nog niet naar Nemo in Amsterdam geweest.” De vriendschap tussen Andrew en Mark gaat verder dan het geplande bezoekje. „Hij mag me bellen als er iets speelt”, vertelt Mark. „En Andrew weet ook dat ik niet opneem als ik druk ben of aan het werk ben. Meestal spreken we elkaar in het weekend even. Of hij heeft me ergens voor nodig. Een lift, bijvoorbeeld.” Dat doet Mark graag. „Alleen je moet volgende keer als je op vakantie naar Oostenrijk gaat niet weer de halve berg meenemen in je koffer.” Halve berg? Andrew wijst naar de twee grote keien die in de vitrinekast staan. „Waar ik ook kom, ik moet altijd een stukje landschap meenemen. En meestal houd ik het niet bij één.” Het leven van Andrew is door de komst van Mark in elk geval een stukje mooier geworden. „Alle dingen die we nu samen doen, deed ik voorheen in mijn eentje. Mark heeft heel veel verstand van Apple-elektonica, daar weet ik weinig van.”

Die opmerking bezorgt een glimlach op het gezicht van Mark. „Dat is Andrew. Gewoon een echte vriend van me.”

Vrijwilliger worden

Het is niet vanzelfsprekend dat elke cliënt een eigen vrijwilliger heeft. Sommigen blijven alleen achter als ieder ander wordt opgehaald om erop uit te gaan. Er is meer vraag dan aanbod. Mensen die structureel iets kunnen betekenen en vrijwilliger willen worden, kunnen zich aanmelden via onderstaande button.