“De communicatie met dove cliënten is echt de kers op taart in mijn werk”

“Als het moeilijk gaat, toch alles uit de kast trekken om begrepen te worden. Als je blijft proberen zie je ook het geduld aan de andere kant om jou te willen begrijpen. En die grinnik op het moment dat je begrepen bent. Dat zijn de mooiste momenten voor mij."

"Ik begon met de opleiding MDGO-vp en twijfelde tussen werken in het ziekenhuis en de gehandicaptenzorg. Uiteindelijk paste het aangaan van een relatie met cliënten toch meer bij me dan het ‘beter maken’ van mensen. Ik kwam al snel terecht op een groep met dove cliënten en werd daar persoonlijk begeleider. Ik heb een paar korte periodes op andere groepen gewerkt, maar kwam altijd weer terug bij de dovengroepen. Volgend jaar werk ik 30 jaar bij ’s Heeren Loo in Ermelo. En wat 20 jaar geleden al begon als droom, werd 5 jaar geleden werkelijkheid: de bouw van het Dovenhofje op het woonzorgpark.

Het doof zijn staat hier op nummer één. Daarna kijken we welke beperking er verder is. Dat betekent dat je van alle markten thuis moet zijn. Je moet wat weten van diabetes, van epilepsie, van moeilijk verstaanbaar gedrag, van één-op-één begeleiding, van autisme. Er komt hier van alles voor. De één heeft meer zorg nodig, de ander meer begeleiding. Die variatie is interessant, je moet creatief zijn en snel kunnen denken.

De communicatie met dove cliënten is echt de kers op taart in mijn werk. Als je doof bent, raak je al snel geïsoleerd. Zodra je je huis uitgaat, zijn er weinig mensen die je begrijpen en jouw taal spreken. Je voelt je vaak toch een beetje buitengesloten als de rest gewoon doorgaat met een gesprek en jij kan daarin niet meedoen. Hier op het Dovenhofje is er altijd wel iemand die je begrijpt. We kennen of leren hier allemaal NGT, de Nederlandse Gebarentaal. En oogcontact en aanraking is heel belangrijk. Je wil zeker weten dat je elkaars aandacht hebt. Zonder dat geen communicatie.

Cliënten kwamen in het verleden van verschillende doveninstituten en daar had ieder zijn eigen gemaakt gebarentaal aangeleerd. De hele ontwikkeling naar Nederlandse Gebarentaal hebben we hier dus ook meegemaakt, om elkaar goed te kunnen begrijpen. We zijn allemaal getraind, in het verleden zaten we ook wel samen met verwanten te oefenen. Het is voor cliënten begrijpelijker als we allemaal dezelfde gebaren maken. Op emotionele momenten vallen ze trouwens nog wel eens terug in die oude, eigen gebaren. Dan leggen ze bijvoorbeeld hun hand op hun hart in plaats van hun wang, als ze het over ‘mama’ hebben.

Door een ongeluk heb ik momenteel geen zicht in mijn linkeroog. Dat betekent tot mijn verdriet dat ik op dit moment de dagelijkse zorg, mijn werk als persoonlijk begeleider, niet kan doen. Maar ik laat de communicatie met dove cliënten niet los. De trainingen Nederlandse Gebarentaal zijn vaak snel vol. Om te zorgen dat nieuwe collega’s toch snel mee kunnen doen, geef ik ‘overbruggingstrainingen’. Zo kunnen ze al heel snel gewoon even een praatje maken in gebarentaal.

Gebaren kun je trouwens veel breder gebruiken in de gehandicaptenzorg, niet alleen bij dove cliënten. Een gebaar helpt vaak om dingen duidelijker te maken of te onthouden. Wat helpt om het je snel eigen te maken, is vooral niet bang zijn om fouten te maken of voor gek te staan. Gebruik mimiek, wees expressief, speel toneel. Je leert een hele nieuwe taal. Dat is soms moeilijk, maar vooral ook hartstikke leuk!”

Kathelijn – persoonlijk begeleider en trainer in gebarentaal in Ermelo

Gerelateerde items

Terug naar boven