De persoonlijke ervaring van begeleider Christiaan tijdens de coronacrisis

Op de vraag of begeleiders hun ervaringen willen delen in het ondersteunen van mensen met een lichte verstandelijke beperking in coronatijd hebben ze niet veel tijd nodig om na te denken. Drie begeleiders vertellen bevlogen hun verhaal, gemotiveerd om ook in moeilijke tijden het beste voor hun cliënten te betekenen.

"Ik ben Christiaan Hilhorst, 46 jaar oud. Ik ben begeleider geworden omdat ik mensen vooruit wil brengen in het leven op de manier die bij hen past. Mijn cliëntengroep bestaat uit 6 jongens in de leeftijd van 20 tot 35 jaar. Ze hebben allemaal een lichte verstandelijke beperking en autisme. In ons pand zijn nog drie andere groepen gehuisvest. In deze coronatijd zijn we nauw met elkaar samen gaan werken."

Hoe kijk je tot nu toe terug op deze coronatijd?

“Ik weet het nog goed. Na de persconferentie van onze premier in maart, waarin hij de totale lockdown aankondigde, werd de wereld plots anders. We moesten opeens voorzichtig met elkaar omgaan om elkaar niet te besmetten. Er mocht geen bezoek meer komen. Toen de persconferentie was geweest kwam een van mijn cliënten naar mij toe lopen en zei ‘vanavond willen 3 van mijn vrienden hier op visite komen’. Werkelijk waar zeg, dat had hij me nooit eerder gevraagd. 

Onder andere omstandigheden had ik ze gelijk welkom geheten, leuk, maar ik bedoel, de persconferentie was nog geen half uur afgelopen. De nadruk in de begeleiding kwam te liggen op rekening houden met anderen. En dat vinden onze jongens nu juist zo super lastig. Opeens mocht niemand meer de deur uit, geen vrienden op bezoek, niet naar ouders. Het is ook nog eens een onzichtbare vijand. Leg dat maar eens uit. Je voelt je als begeleider gedwongen om heel streng te zijn, om meer dan gemiddeld ‘nee’ te zeggen. Je voelt je bijna een politieagent. Dat wil je helemaal niet zijn. Je kon ook niet iets door de vingers zien hoe graag je dat ook wilde voor de cliënt. Het voortdurend ‘nee’ moeten verkopen vond ik heel vervelend. Gelukkig accepteerden ze het wel, omdat ik een goede band met ze heb opgebouwd.”

Drie fasen met stap voor stap meer bewegingsvrijheid 

“Het begon met de totale lockdown. Je zat heel erg met elkaar in hetzelfde schuitje, met het gevoel dat het leven zo niet leuk was. Maar het was wel duidelijk. De jongens wisten wat wel en wat niet mocht. We hoopten en verwachtten toen nog dat het kort zou duren. 

Daarna kwam de fase van de versoepelingen waar een verschil zichtbaar werd tussen mensen die in een zorginstelling wonen en daarbuiten. Onze jongens mochten minder, doordat ze tot een groep behoren waar ook cliënten in de kwetsbare categorie zitten. Dan hoorden onze jongens op tv dat er weer meer mocht, maar dat gold dan niet voor hen. Deze fase vond ik echt het moeilijkst, omdat de regels zo onduidelijk en voor iedereen weer verschillend waren. Dat was moeilijk uit te leggen. 

In de laatste fase, waar we nu in zitten, hebben we weer meer bewegingsvrijheid, als je je maar aan de regels houdt, zoals 1 ½ meter afstand houden. Nu kunnen de jongens weer bij ouders op bezoek en ze kunnen weer naar hun werk. Het begint weer wat normaler te worden. Je kunt je in de begeleiding weer meer richten op ondersteunen in het gewonere leven, maar dan met coronaregels zoals gepaste afstand houden en veel handen wassen. Dat is wel te doen. Je kunt weer met de cliënt samen gaan zitten om te bespreken wat hij belangrijk vindt in zijn leven. Eerst werd top-down vanuit de organisatie bepaald hoe je te gedragen en was er geen ruimte voor individuele inbreng.”

Heb je je kwetsbaar gevoeld om besmet te worden?

“Ja. Ik was aan het werk toen ik hoorde dat een collega besmet was geraakt. Ik heb meteen mijn vrouw gebeld om te kijken wat we zouden doen. Ga ik in thuisquarantaine; ga ik mij opsluiten in een kamertje? Mijn vrouw was thuis, zij doet uitzendwerk. Dat lag helemaal plat. Mijn kinderen waren thuis, omdat de scholen dicht waren. We hebben besloten om zo normaal mogelijk door te gaan, maar wel door extra rekening te houden met mensen om ons heen en onze ouders. Dat was lastig maar de besmetting is er gelukkig nooit gekomen. Als je het leven zo normaal mogelijk houdt is dat voor ons beter.”

Dit verhaal is onderdeel van het Engelse boek 'Peter and friends talk about covid-19: for people with intellectual or learning disabilities and/or autism'. 

Vanuit een initiatief uit Engeland werden universiteiten en zorginstellingen voor mensen met een verstandelijke beperking (VB) van over de gehele wereld gevraagd mee te schrijven aan een COVID-19 boek. De cliënten, hun begeleiders en naasten mochten bijdragen met ervaringen en verhalen over de lockdown vanuit de gehandicaptenzorg.

Vanuit de Academische Werkplaats ’s Heeren Loo - Vrije Universiteit Amsterdam schreven onderzoekers Edithe Rot en Maaike van Rest de ervaringen en verhalen op van drie ervaringsdeskundigen met een lichte verstandelijke beperking en van drie persoonlijk begeleiders, waaronder Christiaan, op woongroepen. 

Gerelateerde items

Terug naar boven