Vacatures 13 nieuw

Door de ogen van een 4-jarig gezinshuiskind

gezinshuiskind

Inge Gelderloos runt samen met haar man Marc een gezinshuis. Er verblijven op dit moment drie jonge kinderen binnen het gezinshuis en een jongere wordt begeleid zodat ze in de toekomst zo zelfstandig mogelijk kan gaan wonen. Inge schreef een blog, over de eerste dag van een 4-jarig kind in een gezinshuis.

De eerste dag in een gezinshuis

Daar zit ik dan, in de auto van een wildvreemde mevrouw. Volgens haar ga ik ergens anders wonen en mag ik daarom mijn speelgoed meenemen. Wel leuk dat ik zomaar mijn speelgoed mee mag nemen. Maar ergens anders wonen... dat vind ik wel spannend.

Ik kom bij een groot huis. Er staat een grote meneer op mij te wachten. Mijn mama is er ook met de auto en zegt dat ik hier al een mooie kamer heb. Ze laat mij mijn kamer zien. Ik ren het hele huis door om te kijken wat er allemaal te spelen valt. Sjonge, wat spannend zeg!

Mijn kamer ziet er heel anders uit dan bij mij thuis. Hier heb ik groene gordijnen en op mijn bed ligt een kleedje van Bliksem McQueen. Dat heeft mijn mama gedaan. Want ik houd van Bliksem McQueen. Samen met mama en de vreemde mevrouw pakken we mijn tassen met kleren uit.

Ik krijg nog wat drinken met een koekje. Ik wil eigenlijk sinas, maar dat mag helemaal niet. Dat vind ik raar, want ik lust helemaal geen ranja. Ik wil sinas met een grote koek erbij. Ik krijg maar een klein koekje. Mama zegt dat het best lekker is, dus ik drink het maar op.

Na een klein poosje gaat mama weg en blijf ik achter bij de vreemde meneer. Ik wil dat hij alles met mij gaat bekijken. Dus ik roep steeds; kom dan kijken! Jij moet met mij spelen.

’s Middags komen er nog twee jongens. Zij zijn net zo oud als ik. Ik vind het een beetje vreemd, dus ga ik maar snel de andere jongens wegduwen. Als zij uit mijn buurt blijven, mag ik misschien wel al het speelgoed voor mijzelf houden. Want nu is al het speelgoed van mij. De meneer legt uit dat we hier samen spelen en niet al het speelgoed voor ons zelf houden. Ik wil dat niet, want ik vind de Toet Toet Auto’s leuk. Daarom pak ik ze snel en stop ik mijn broekzakken vol.

’s Avonds gaan we eten. Er staan allerlei gekke dingen op tafel. Ik krijg een bord met aardappels en groene, lange draden. Ik wil dat niet. Ik wil patat met een hamburger. De meneer zegt dat we hier geen patat eten en ook geen hamburgers. Wat raar zeg. Dat is toch lekker? Ik eet echt niet van die vieze aardappels en die groene dingen. Bah, wat vies.

Ik ben boos en wil patat en dat zeg ik dan ook. Als de meneer niet luistert, word ik nog bozer en stamp ik met mijn voeten op de stoel waarop ik zit. Ik wil niet op een stomme stoel zitten, dus ik ga weer van de stoel af.

Ik krijg echt geen ander eten, dus neem ik maar één hapje. Ik krijg na het eten wel een toetje. Dat eet ik maar snel op. Anders pakt iemand dat misschien af van mij. Toetjes vind ik wel lekker, al heb ik liever die bruine in plaats van de witte.

’s Avonds als het donker is moet ik naar bed. Ik wil niet naar bed. Ik wil naar mijn eigen thuis, waar ik niet alleen in bed hoef. Ik wil namelijk gewoon bij grote mensen in bed. Mijn eigen bed is groot en koud. Het is donker in mijn kamer en dat vind ik echt niet leuk. Ik huil heel hard, want ik vind het spannend. Het ruikt hier ook heel anders, niet leuk. Ik hoor de grote meneer ook de twee andere jongens naar bed toe doen. Daarna is het stil. Als alles stil ik weet ik zeker dat er iets spannends gaat gebeuren, dus ik houd mijn ogen wijd open. Ik klim uit bed en ga kijken wat voor spannends er gaat gebeuren. Ik doe de lamp aan, want ik vind het donker niet leuk. Ik begin heel hard te roepen.

Als de meneer dan komt, dan weet ik dat het goed is. De meneer komt en zegt dat ik moet slapen. Ik wil niet slapen. Daarom moet ik huilen. Als uit het bed klimmen niet helpt, kan ik misschien wel in mijn broek poepen. Dan moet de meneer wel komen en misschien mag ik dan wel uit bed. Ik poep in mijn broek en roep heeeeeel hard. Dan komt de meneer weer en krijg ik een schone luier. De meneer vertelt dat ik gewoon moet slapen, in mijn eigen bed. Ik snap er niks van. Normaal mag ik altijd naar beneden en hoef ik niet te slapen. Nu blijft de meneer zeggen dat ik moet slapen. Maar ik wil niet slapen! Slapen is spannend en eng, want als ik slaap gebeuren er enge dingen. Dan worden mensen boos op de gang en krijgen ze ruzie. Dan wordt er met de deuren geslagen en ik weet nog van de keer dat mama heel verdrietig op mijn kamer kwam. Zij was geslagen en dat mag echt niet hoor! Daarom moet ik wakker blijven. Voor mama, want dat vind mama fijn.

Ik hoor een deur beneden gaan. Ik zit weer rechtop in mijn bed. Ik ben wakker en kijk verschrikt om mij heen. Ben ik in slaap gevallen? Nee toch? Ik moet wakker blijven. Ik gaap en ga maar zingen, want als ik zing dan blijf ik wakker. Ik heb mijn ogen wijd open en zing een beetje. Dan komt de grote meneer er weer aan en vertelt mij dat ik weer moet slapen. Ik mag niet zingen, maar slapen. Morgenvroeg als het licht is mag ik weer zingen en spelen.Ik wil niet morgenvroeg zingen en spelen.

Ik wil nu wakker zijn. Ik wil toch echt wakker blijven, want als ik ga slapen, dan weet je het maar nooit… dan gebeurt er vast wat. Ik zie gordijnen en trek aan de gordijnen. Als ik ze nou open doe dan is het vast licht en mag ik spelen.

Nu staat Inge ‘s avonds bij een snurkend jongetje dat vredig in bed ligt met zijn armpjes omhoog. Meer lezen over het verhaal van Inge Gelderloos?

Gerelateerde items

Terug naar boven