“Het belangrijkste is dat we peuters nu passende zorg dicht bij huis geven”

Bij de specialistische peutergroep Dikkie Dik in Wageningen stroomde voor 2019 een relatief grote groep peuters uit naar het reguliere basisonderwijs. Dit in vergelijking met de specialistische peutergroepen van ’s Heeren Loo in Ede en Barneveld. Reden voor de toenmalige zorgbemiddelaar Lonneke Lukassen om te onderzoeken of en hoe deze kinderen met wat extra steun ook goed geholpen konden worden bij de reguliere opvang.

Lonneke: “Onze specialistische peutergroepen zijn er voor kinderen met hulpvraag rond hun ontwikkeling; bijvoorbeeld voor kinderen met een moeilijke start, met een algehele ontwikkelingsachterstand of voor kinderen met hulpvragen rond spraak en taal of contact maken. Zij komen bij Dikkie Dik op verwijzing van de gemeente of jeugdarts en krijgen intensieve begeleiding. De groepen zijn klein - max 8 kinderen - en er werken 2 hbo-geschoolde pedagogisch medewerkers. Een gedragskundige is betrokken om te observeren, adviseren en waar nodig een diagnose te stellen. Ook kunnen we een logopedist of ergotherapeut inschakelen.

Omdat er relatief veel kinderen uitstroomden naar het reguliere basisonderwijs vroegen we ons af of we hen extra konden ondersteunen in de reguliere peuteropvang. Je kunt dan de zorg zo dicht mogelijk bij het kind organiseren. Bovendien is de overgang enorm groot van onze kleine groepen naar het reguliere onderwijs met een groep van 30 kinderen.

Deskundigheid naar de reguliere peuterspeelzalen

De hoge uitstroom viel ook op bij de coördinator voor- en vroegschoolse educatie (VVE) van de gemeente Wageningen. Zij coördineerde extra ondersteuning voor kinderen met een spraak-taal achterstand binnen de reguliere peuterspeelzalen. We hadden al goed contact. Samen hebben we gekeken of we kinderen voldoende konden ondersteunen, als we onze deskundigheid naar de reguliere peuterspeelzalen zouden brengen. Dat zou pedagogisch medewerkers handvatten geven om een kind meer te stimuleren in zijn ontwikkeling.

De gemeente Wageningen gaf subsidie voor een pilot die in 2019 is gestart. Er bestond al een vroeghulpteam met jeugdarts, mensen van de gemeente, ’s Heeren Loo en trajectbegeleiding. We hebben ook aan verschillende partijen gevraagd om niet rechtstreeks naar ons te verwijzen, maar terug te verwijzen naar het vroeghulpteam. Zo konden we samen kijken wat passende ondersteuning was voor een kind. Ook hebben de kinderopvangorganisaties, die ook voor- en vroegschoolse educatie boden, onze plannen uitgelegd. Dat was nodig om kinderen zo dicht bij mogelijk hun huis op te vangen en extra te kunnen ondersteunen. De medewerkers van de reguliere opvang vonden het in het begin best spannend: Wat komen al die vreemde mensen doen? Twijfelen zij aan onze expertise? Uiteindelijk zag iedereen in dat we elkaar juist kunnen helpen.

Zoveel mogelijk op de reguliere opvang

Twee van onze medewerkers zijn vrijgemaakt om kinderen in de reguliere opvang te observeren en de pedagogisch medewerkers daar te adviseren. Vaak helpen kleine tips al enorm, waardoor een kind de vaardigheden kan ontwikkelen die bij zijn of haar leeftijd horen. Denk aan kinderen die de overgangen van de ene naar de andere activiteit moeilijk vinden of aan kinderen die moeite hebben om in de kring te blijven zitten. Als deze adviezen een kind niet genoeg helpen, geven we ook individuele begeleiding. Als ook dat niet voldoende is, gaat een kind alsnog naar de specialistische peutergroep. Maar dat gebeurt niet voordat we passende kinderopvang in de reguliere setting hebben ingezet. We kijken dus altijd eerst wat een kind nodig heeft om op de reguliere opvang te kunnen blijven.

De kinderen van de reguliere opvang stromen nu allemaal door naar de reguliere basisonderwijs en soms naar het speciaal basisonderwijs. Je ziet dat de overgang voor hen nu veel makkelijker. Ze kunnen nu makkelijker meedoen dan voorheen met de overgang van een groep van 8 naar 30 kinderen. De kinderen die nu bij Dikkie Dik komen, stromen bijna allemaal door naar het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs.

Van twee groepen naar één

Sinds de start van deze werkwijze in 2019 zijn onze twee groepen van 8 kinderen teruggebracht naar één. Dat betekent niet dat we bang hoeven zijn dat onze groep leegloopt of dat het gevolgen heeft voor de inkomsten. We hebben de zorg op een andere manier georganiseerd. De subsidie liep tot 2022 en is de nieuwe werkwijze ingepast in het kernteam. Youké (specialist in hulp voor kinderen, jongeren en hun gezin) kan nu ook adviseren over passende opvang.

Het mooie is dat we het echt samen hebben gedaan, met gemeente en met de kinderopvang. Daarmee hebben we samen bijgedragen aan de transformatie in het sociaal domein. We zijn echt partners geworden. Maar het allerbelangrijkste is natuurlijk dat we, door samen te kijken naar wat nodig is, kinderen nu beter passende zorg kunnen geven en dat zij zo gewoon mogelijk dicht bij huis kunnen opgroeien.”

Lonneke met haar collega

Gerelateerde items