Het verhaal van Sal Cohen - de bakker van Het Apeldoornsche Bosch

Op 4 mei herdenken we in Nederland slachtoffers van oorlogsgeweld. Op 5 mei vieren we onze vrijheid. Op deze dagen staan we in het bijzonder stil bij de slachtoffers van Het Apeldoornsche Bosch, een Joodse Psychiatrische Zorginstelling die gevestigd was op ons woonzorgpark Groot Schuylenburg. Een instelling die in de Tweede Wereldoorlog door de Nazi’s helemaal is weggevaagd. Patiënten en medewerkers werden afgevoerd naar de vernietigingskampen. Dit gebeurde omdat zij Joods waren en daarnaast verstandelijk beperkt of psychiatrisch ziek. De meeste slachtoffers van Het Apeldoornsche Bosch kwamen om in Auschwitz.

Eén van de slachtoffers is Salomon Cohen. Hij werkte als bakker op Het Apeldoornsche Bosch. Een plek waar hij het goed naar zijn zin had. Samen met zijn vrouw Jenny Cohen-Frenkel woonde hij vlak bij het terrein, aan de Zutphensestraat 19. In de oorlog verhuisden zij naar de Zutphensestraat 181.

Salomon was niet alleen bakker. Samen met Jenny boden zij gezinsverpleging bij hen thuis voor patiënten van Het Apeldoornsche Bosch. In eerste instantie vond de directie dat Sal en Jenny veel te jong waren om een goed functionerend pleeggezin te zijn. Maar na een screening en gesprekken bij hen thuis, werden zij als positief beoordeeld.

Begin jaren 30 kwam hun eerste pleegkind bij hen wonen. Dit was de twintigjarige Marianna Roza Simons. Zij bleef een paar jaar bij hen. Daarna kregen zij de zorg voor Isaac Gokkes. Het gezinshuis was voor beiden een uitkomst. Zij hadden rust, duidelijkheid en structuur nodig. Sal en Jenny begeleiden Marianna Roza en Isaac zoveel mogelijk in het zelfstandig wonen, verantwoorde keuzes maken en budgetbeheer. Nog voor de oorlog uitbreekt verhuizen de pleegkinderen naar een permanent woonadres.

In 1939 wordt hun dochter Carla geboren. Er komen dan geen pleegkinderen meer bij hen in huis. Leeg blijft het huis niet, want tijdens de oorlog komen er familieleden, zoals de ouders van Jenny, de zus van Sal en de bevriende collega Rosalie Heimans bij hen inwonen. Joden beschouwen Het Apeldoornsche Bosch als een veilige haven.

Begin oktober 1942 worden alle inwoners op het adres van Sal en Jenny uit huis gehaald en gebracht naar kamp Westerbork. Op 10 november worden Sal, Jenny, dochtertje Carla, de schoonzus en collega Rosalie opnieuw op transport gesteld met bestemming Auschwitz. Op 13 november worden zij bij aankomst daar meteen vermoord. De ouders van Jenny ondergingen iets eerder eenzelfde lot op 30 oktober. Ook Marianna Roza Simons, Isaac Gokkes overleven de oorlog niet.

Sal wordt, onderweg naar Auschwitz, bij de plaats Kosel onverwacht van de trein gehaald. Samen met een groep andere mannen. Hij moet vanaf dan dwangarbeid verrichten voor de Nazi’s. Het is niet duidelijk waar Sal en de groep mannen zijn gestorven. Het moet ergens in Midden-Europa zijn geweest. De sterfdatum van Sal is vastgesteld op 21 januari 1945. Bakker Sal is maar 33 jaar oud geworden. Zijn vrouw Jenny werd 32 jaar en hun dochtertje Carla werd slechts 3 jaar oud.

Er wordt nog steeds onderzoek gedaan de slachtoffers van Het Apeldoornsche Bosch. Door onderzoek ontdekten we het verhaal van Salomon Cohen en zijn familie. Ze zijn niet vergeten. We blijven denken aan de mensen van toen.

Het Herinneringscentrum Apeldoornsche Bosch, is gevestigd op het woonzorgpark Groot Schuylenburg. Op woensdag en zondag is het centrum geopend van 10.00 tot 16.30 uur. Je kunt het dan gratis bezoeken. Meer info kun je lezen op de website: www.apeldoornschebosch.nl.

Met dank aan de Werkgroep Gedenkstenen Joods Apeldoorn, die onderzoek doen naar verschillende Joodse slachtoffers van Apeldoorn, waaronder Het Apeldoornsche Bosch. Meer info over de werkgroep en het leggen van gedenkstenen kun je lezen op de website: www.gedenkstenen-apeldoorn.nl.