Nieuw diagnostisch hulpmiddel voor dementie bij mensen met (Z)EV(M)B

Lange tijd zaten gedragswetenschappers met de handen in het haar als een oudere met (zeer) ernstige verstandelijke (en meervoudige) beperkingen - afgekort tot (Z)EV(M)B - symptomen vertoonde die kunnen wijzen op dementie.

Daar komt nu verandering in. Vanuit het project ‘Praktijkvragen over dementie bij mensen met (Z)EV(M)B’ is een nieuw diagnostisch hulpmiddel voor dementie bij mensen met (Z)EV(M)B ontwikkeld en getoetst. Dit was onderdeel van het promotie-onderzoek van Maureen Wissing.

De bestaande dementie-vragenlijsten zoals de DSVH en DVZ bleken ongeschikt te zijn voor mensen met (Z)EV(M)B. Deze lijsten bevatten namelijk items over vaardigheden die mensen met (Z)EV(M)B nooit ontwikkelen. Denk daarbij aan een vraag als ‘Weet de cliënt hoe oud hij is?’ Het nieuwe diagnostisch hulpmiddel sluit veel beter aan bij mensen met (Z)EV(M)B. Een gedragswetenschapper vult samen met de begeleider(s) of familieleden 42 vragen in over veranderingen in cognitie, taal en spraak, gedrag, eten en drinken, persoonlijke verzorging, motoriek en bijkomende gezondheidsproblemen. De resultaten van het invullen van het diagnostisch hulpmiddel geven inzicht in de symptomen die de begeleiders en familieleden de afgelopen 6 maanden bij iemand met (Z)EV(M)B zagen. Hiermee kan de diagnose dementie echter niet gesteld worden. Deze symptomen kunnen namelijk ook veroorzaakt worden door andere aandoeningen. Een gedragswetenschapper of arts moet die eerst uitsluiten.

Gedragswetenschappers kunnen het diagnostisch hulpmiddel met de bijbehorende handleiding downloaden.

Meer informatie over de ontwikkeling en eerste praktijktoets is te vinden via NTz-online en op vb-dementie.nl.

De ontwikkeling van dit hulpmiddel is een samenwerking tussen ’s Heeren Loo, de Rijksuniversiteit Groningen, Universitair Medisch Centrum Groningen, Hanzehogeschool Groningen, Alliade, Ipse de Bruggen en Koninklijke Visio.