“Soms ben ik als AVG de enige schakel naar verdere hulp”

Achter iemand aanlopen met een stethoscoop om naar de longen te kunnen luisteren. Of een gesprek op de gang, omdat de praktijk binnenstappen te spannend is. Jos van Hasselt haalt alles uit de kast om cliënten met een verstandelijke beperking te kunnen behandelen. Als arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG) is geen behandeling hetzelfde. “Zoals het hoort, lukt lang niet altijd. Je moet je vaak aanpassen. Het is soms echt een uitdaging om een onderzoek voor elkaar te krijgen.”

“Het is eigenlijk een beetje een vergeten groep, verstandelijk beperkte kinderen. Terwijl je als arts hartstikke veel voor hen kan betekenen. Aanvankelijk wilde ik kinderarts worden, maar via een uitzendbureau kwam ik terecht bij een instelling voor gehandicaptenzorg. Dat bleek een hartstikke leuke tak van sport. Eerst heb ik nog een paar jaar bij de kindergeneeskunde gewerkt, maar toen ik hoorde dat er een AVG-opleiding kwam, meldde ik me aan voor de eerste groep. Dat is inmiddels al meer dan 20 jaar geleden. AVG is een breed vak. Je houdt je bezig met alle leeftijdsgroepen en alle medische problematiek van mensen met een verstandelijke beperking. Al werk ik in mijn functie voornamelijk met kinderen. Vaak zit mijn werk vol ingewikkelde puzzels. Maar als het lukt om de puzzels een beetje op te lossen, dan geeft dat heel veel voldoening.

Anders dan een huisarts

Anders dan een huisarts, houden wij ons veel bezig met gedrag van mensen met een verstandelijke beperking. En met gedragsmedicatie. Voor de huisarts zijn wij hierin de specialist. Zo observeer ik cliënten, doe ik onderzoek en praat ik veel over en met cliënten. Je doet het met het hele team. Dat team bestaat altijd uit een gedragswetenschapper en vaak zijn logopedie, ergotherapie, fysiotherapie en diëtetiek ook betrokken. Daarnaast is er laagdrempelig overleg met onder andere kinderartsen, epileptologen en psychiaters. Als iemand bijvoorbeeld zijn been breekt, gaat hij naar de huisarts. Maar als hij er vervolgens niet op mag lopen, dan kijk ik als AVG samen met de rest van het team hoe we dit gaan aanpakken. Mag hij echt niet meer op zijn been staan of wel steunen? Wat als hij het toch wil doen, hoe gaan we daar mee om als team? Hoe gaat iemand er zelf mentaal mee om? Mag hij tijdelijk medicatie om rustiger te worden? Dat is niet iets waar een reguliere huisarts zich mee bezighoudt. Dat gebroken been is bij veel van onze cliënten heel wat ingewikkelder dan alleen maar het gebroken been.

Jonge kinderen

Op het observatiecentrum krijgen we soms heel jonge kinderen binnen, van soms nog maar 5 of 6 jaar. Kinderen komen hier niet voor niks. Ik herinner me een jongetje dat van de dagbesteding kwam waar hij 2-op-1 begeleiding nodig had. Hem moesten ze echt met z’n tweeën in de gaten houden. Hij pakte van alles van de grond, stopte dingen in zijn mond. Eenmaal op het observatiecentrum ging het beter met hem. Na de observatie is hij bij ons komen wonen op een kindergroep. We maakten met het team een dagprogramma specifiek voor hem.

Bij jonge kinderen zie je gelukkig vaak stapjes van ontwikkeling. Steeds als het weer beter ging, pasten we zijn programma aan. Met het team kwamen we regelmatig bij elkaar. Samen kan je echt heel veel bereiken. Na verloop van tijd is hij een stuk rustiger geworden. De medicatie die hij gebruikte toen hij bij ons kwam is afgebouwd. Inmiddels woont hij weer bij zijn ouders in de buurt, volgens mij nog wel in een instelling, maar hij heeft grote stappen gemaakt. Mijn aandeel is maar een heel klein stukje daarin, maar het is juist zo leuk dat we hier met het team samen naartoe hebben gewerkt. Als je ziet wat je kan bereiken, dat is gewoon heel mooi. Als je ouders daarmee gelukkig kan maken, merk ik dat ik mijn werk nog mooier vind.

Zorgen van ouders

De meeste ouders die ik met hun kinderen in mijn praktijk zie hebben veel zorgen. Laatst kreeg ik een mailtje van een moeder. Het ging helemaal niet goed met haar dochter. Ik ben al jaren betrokken bij haar in verband met gedragsmedicatie. Haar dochter stond op een wachtlijst voor therapie, maar dat zou nog lang duren. Ze werd echt moedeloos van de situatie. Ik was toevallig in Almere en heb meteen een gedragswetenschapper aangesproken, de collega die daarbij zat ging toevallig over de wachtlijst. Samen zijn we gaan brainstormen wat we voor haar konden bieden zolang ze op de wachtlijst stond. Nu gaan ze toch kijken of ze nog hulp kunnen inzetten tot het meisje aan de beurt is voor therapie. Dat heb ik haar diezelfde dag nog teruggemaild. Niet veel later mailde ze mij dat ze zich meteen gehoord voelde. Op zo’n moment denk ik vaak: ben ik daar nou dokter voor? Maar soms ben ik de enige schakel naar verdere hulp en ben ik degene om dingen aan te zwengelen. Ik ben vaak als dokter jaren betrokken bij gezinnen, dan bouw je zoveel op met ouders. Je groeit helemaal met de kinderen mee. Als ik dan zo’n e-mail ontvang van een moeder, raakt me dat echt.

Het is voor ouders soms heel erg moeilijk. Het is nogal wat om altijd afhankelijk te zijn. Als dokter kan je veel bijdragen aan hun zoektocht, want uiteindelijk bouw je heel veel kennis op. Je hebt het zelf niet echt zo door dat het toch wel echt speciaal is.”

Net als Jos werken als AVG?

Als Arts voor Verstandelijk Gehandicapten onderzoek, diagnosticeer, behandel en begeleid je mensen met een verstandelijke beperking. De cliëntgroep is zeer gevarieerd, van kinderen tot ouderen met (psycho-)geriatrische zorgbehoefte, van cliënten met een lichte verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek tot cliënten met een ernstige meervoudige beperking. Kun jij net als Jos goed puzzelen? Reageer dan op een van onze vacatures.

Alle vacatures

Gerelateerde items

Terug naar boven