Vacatures 12 nieuw

24-uurs zorg Doofblind

Deze vorm van 24-uurs zorg is bedoeld voor mensen met (een vermoeden van) een verstandelijke beperking en doofblindheid die specialistische zorg en ondersteuning nodig hebben. Specialistische 24-uurs zorg biedt residentiële hulp in een woongroep met als doel dat cliënten een prettig leven leiden waarin zij een actieve en sturende rol in relaties ervaren en waarin zij zich optimaal kunnen ontplooien.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: 18 jaar en ouder;
    • ontwikkelingsniveau/IQ: alle, van EMB tot een vermoeden van een ontwikkelingsachterstand;
    • problematiek: bij doofblinde mensen is er in ieder geval sprake van:
      • gehoorverlies > 35 dB aan het beste oor én;
      • visus < 0.30 en/of gezichtsveld < 30 graden.

    Problemen die voorkomen bij doofblindheid zijn:

    • verstoorde informatieverwerking;
    • fragmentarisch waarnemen;
    • ernstige communicatieproblemen;
    • problemen met oriëntatie en mobiliteit.

    Bijkomende problemen die kunnen voorkomen:

    • gebrekkige hechting;
    • contactstoornis;
    • ontwikkelen van teruggetrokken gedrag/ sociaal isolement;
    • zelfstimulatie;
    • externaliserend probleemgedrag/ automutilatie;
    • verlieservaringen (bij doofblind worden op latere leeftijd).

    N.B.: doofblindheid kan congenitale (aangeboren) of verworven doofblindheid betreffen. Het ontstaan heeft invloed op de mogelijkheden van informatie verwerking en bijkomende problematiek bij de cliënt met doofblindheid.

    • hulpvraag: 24-uurs zorg op alle leefgebieden in een fysieke omgeving die aan bepaalde voorwaarden voldoet. Kenmerkend voor de ondersteuning aan doofblinde cliënten zijn de specifieke ondersteuningsvragen op het gebied van relatie/contact en communicatie.

    Contra-indicaties:

    • vergevorderd stadium van dementie.
  • Het doel van 24-uurs zorg is dat cliënten een prettig leven leiden waarin zij een actieve en sturende rol in relaties ervaren en waarin zij zich optimaal kunnen ontplooien.

    Subdoelen:

    • cliënt heeft sterker gevoel van veiligheid;
    • cliënt ervaart meer eigen regie;
    • cliënt is alerter en meer betrokken op de omgeving;
    • de sociale interactie en communicatie met anderen is verbeterd;
    • cliënt vertoont minder gedragsproblemen;
    • uitbreiding van de leefwereld;
    • participatie in betekenisvolle dagbesteding.
  • Aard werkzaamheden

    Een begeleidingsteam verzorgt en ondersteunt de cliënten 24 uur per dag en 7 dagen in de week, in een woongroep van minimaal 6 en maximaal 8 cliënten. Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk continuïteit, aandacht en steun voor elke individuele cliënt. Er is speciale aandacht voor communicatie, oriëntatie en mobiliteit, betekenisvolle invulling van de dag en stimulering/ontwikkeling. Specifiek aan deze woonvorm is de tactiele beschikbaarheid van de begeleider; de cliënt kan de begeleider namelijk niet (onvoldoende) visueel of auditief volgen. Ook is specifiek de tijd die nodig is om interactie en communicatie te kunnen laten plaatsvinden door een vertraging in het overbrengen van informatie en elkaar volgen of begrijpen.
    Het perspectief van de cliënt wordt regelmatig met alle betrokkenen besproken en vastgelegd in een zorgplan. Interdisciplinaire samenwerking is van cruciaal belang en maakt het mogelijk om vanuit de verschillende expertises complete zorg te bieden afgestemd op de ondersteuningsvraag van de cliënt. Hierbij rekening houdend met afwisseling tussen inspanning en ontspanning en regulering van prikkels, afzonderlijk afgestemd op iedere cliënt.
    In een woongroep speelt een belangrijk deel van het leven zich af in een grote huiskamer met een of twee eettafels en een zithoek. Er zijn woongroepen die een aparte snoezelruimte en/of ruimte voor dagbesteding hebben. Daarnaast is er een (al dan niet open) keuken. Als er op de groep zelf gekookt wordt, is deze redelijk groot en volledig ingericht.
    In de woongroepen hebben de cliënten bij voorkeur een eigen studio, meestal met eigen (aangepaste) toilet en badkamer. Vaak is er een aparte kamer voor de begeleiding, al dan niet met een bed voor de slaapdienst. Soms is er slaapdienst op afstand. Er wordt dan gebruikt gemaakt van domotica en/of uitluistersystemen.

    Werkzame elementen

    Kenmerken van woongroepen voor mensen met doofblindheid:

    • een zo ‘gewoon’ mogelijk huis in een zorgpark; 
    • een huiselijke setting, met warmte, sfeer en gezelligheid;
    • een vast begeleidings- en behandelteam;
    • multidisciplinaire begeleiding en behandeling.

    Werkzame elementen:

    • Matching van woongroep met de cliënt en zijn ouders/gezin van herkomst: de woongroep kan de zorgvraag beantwoorden, de cliënt past in de woongroep qua mogelijkheden, beperking en problematiek, dagbesteding en woonplek ouders zijn goed bereisbaar. 
    • Handelingsgerichte diagnostiek om de cliënt en zijn systeem te volgen in de ontwikkeling en om de zorg zo optimaal mogelijk te laten aansluiten.
    • Basisklimaat als fundament: het basisklimaat is het vertrekpunt in de begeleiding voor cliënten. Wanneer de basis goed is, dan komen aanvullende interventies, zoals de therapie en behandeling, beter tot hun recht. Het basisklimaat bestaat uit 6 kenmerken, die met elkaar samenhangen: 
    • steun en responsiviteit: het garanderen van veiligheid en acceptatie als basis voor het aangaan van een veilige en onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie; groei en ontwikkeling: scheppen van voorwaarden voor een optimaal ontwikkelklimaat, accepteren van de persoon achter het gedrag, veel geduld hebben om te leren en positieve ervaringen op te doen. Zo min mogelijk vrijheidsbeperkingen toepassen en zoeken naar probeerruimte. Stimuleren van de ontwikkeling door aan te sluiten bij de cliënt, de cliënt uit te dagen en altijd zoeken naar het juiste moment en de juiste manier;
    • structuur en leefregels: een bepaalde mate van voorspelbaarheid creëren als basis voor ontwikkeling. Op een respectvolle manier kaders bieden, in gezamenlijkheid met cliënten/verwanten leefregels opstellen; 
    • onderlinge interactie en atmosfeer: creëren van een goede atmosfeer in groepen en stimuleren van onderling interacties;
    • fysieke omgeving: wonen in een prettige omgeving leidt tot emotioneel welbevinden. Huiselijke sfeer door gebruik van aangepaste verlichting, warme kleuren, (duurzaam) meubilair en persoonlijke spullen. Aandacht voor het opruimen, schoonhouden en het onderhouden van de leefruimte, zo veel mogelijk samen met cliënten. Regulatie van prikkels: niet te veel en niet te weinig geluid, licht en andere sensorische prikkels. Ruimte voor beweging en activiteiten. Ruimte voor privacy. Inrichting afgestemd op de mobiliteit van de cliënten en voorzien van oriëntatiepunten; 
    • stimuleren van interactie: tactiele ondersteuning bieden bij het aangaan en onderhouden van contacten en relaties. 
    • Systeemgericht werken (ouders/verwanten en cliënt zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden):
      • continue investering in een zo optimaal mogelijke samenwerkingsrelatie met de verwanten van de cliënt;
      • ‘meerzijdige partijdigheid’: oog voor de menselijke kant van alle partijen, niet veroordelen en geen partij kiezen, maar iedereen erkenning geven voor de positie die hij/zij in het systeem heeft;
      • ouders/verwanten wijzen op hun mogelijkheden en verantwoordelijkheden om voldoende veiligheid voor hun kind/broer/zus te garanderen;
      • zoveel mogelijk samen met ouders/verwanten beslissingen nemen;
      • systeemanalyse, genogram, levensboek (levensverhaal van de cliënt), VIP-kaarten.
    • Doelgericht en systematisch handelen: voor de evaluatie van zorgdoelen wordt de systematiek van het programma Perspectief (Vlaskamp) gehanteerd. Voor de inhoudelijke kant wordt gewerkt met het interventieprogramma ‘Contact’ (Janssen), aangevuld met de methode ‘Hoge Kwaliteit Communicatie’ (Damen) en inhoudelijke deskundigheid vanuit gespecialiseerde voorzieningen.
    • Inzet van andere behandelmodules/interventies: afhankelijk van de individuele ondersteuningsvragen van de cliënt.

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijn Residentiële jeugdhulp (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevat nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen binnen de 24-uurs zorg.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Er wordt geïnvesteerd in het zoveel mogelijk bevorderen van een samenwerking met de ouders en andere verwanten. Begeleiders en ouders hebben kennis die elkaar kan aanvullen tot een compleet beeld van de cliënt. Juist voor het interpreteren van signaalgedrag zijn verwanten enorm van belang, aangezien zij veel weten over wat de cliënt heeft meegemaakt en wat dus mogelijk wordt bedoeld met bepaald communicatief gedrag.
    Ouders/verwanten vervullen vaak zelf ook nog een belangrijk deel van de zorg. Dat maakt dat het essentieel is om met hen samen te werken en de zorg af te stemmen. Samen worden afspraken gemaakt over begeleiding, behandeling, doelen en de wijze waarop en frequentie waarmee men elkaar informeert.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    Geen, de interventie is speciaal voor deze doelgroep ontwikkeld.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    Het aantal cliënten dat in een woongroep woont is minimaal 6 en maximaal 8, afhankelijk van de indicatie (bij voorkeur hoge VG en ZG indicaties) en aanvullende meerzorggelden.
    Voor nagenoeg alle cliënten is het perspectief dat zij langdurig in een 24-uursvoorziening wonen.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    De zorg van de begeleiders is 24 uur per dag en 7 dagen in de week. Het begeleidingsteam bestaat uit medewerkers van wonen, dagbesteding en nachtzorg. Binnen dit begeleidingsteam zijn persoonlijk begeleiders, begeleiders en assistent-begeleiders werkzaam. Dit begeleidingsteam wordt inhoudelijk en organisatorisch ondersteund door de manager zorg, de gedragswetenschapper en de AVG. Zij kunnen een beroep doen op een fysiotherapeut, ergotherapeut, verpleegkundige, verpleegkundig specialist, logopedist, diëtist en eventueel andere expertise op auditief/visueel en communicatief gebied. Deze specialistische zorg is onlosmakelijk verbonden met coaching door een communicatiecoach doofblind. Dit omdat het interpreteren en reageren op gedragssignalen zeer overwogen gebeuren moet.

  • Settting

    Cliënten met doofblindheid wonen bij voorkeur in een woning die speciaal voor deze doelgroep gebouwd is, in een rustige en beschutte omgeving (zorgpark). Alle benodigde voorzieningen zijn dichtbij: dagbesteding, winkels en medische hulp.

    Professional

    Het begeleidingsteam bestaat uit vakbekwame (integrale) begeleiders die kennis van en affiniteit hebben met het werken met mensen met een verstandelijke beperking en zintuiglijke beperkingen. Het team heeft een goede mix van mensen met een (ped)agogische achtergrond en medewerkers met een verzorgende/verpleegkundige achtergrond. Afhankelijk van de zorgvragen van cliënten zal worden gekeken wat de ideale teamsamenstelling is.
    Het behandelteam betreft zowel gedragswetenschappelijke, medische en paramedische diagnostiek en behandeling. Inzet is afhankelijk van de zorgvragen van de cliënten.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Enkele algemene aspecten waarmee bij de bouw, indeling en inrichting van de ruimte rekening gehouden moet worden, zijn (Slot en Spanjaard, 2016):

    • veiligheid;
    • warmte en gezelligheid (een sensorisch aantrekkelijke en veilige omgeving);
    • mogelijkheden tot activiteit en ontwikkeling, zoals bewegingsvrijheid ten behoeve van spel/exploratie;
    • de mate waarin gangen, douches, toiletten en dergelijke (in één oogopslag) te overzien zijn door de groepsleiding; 
    • mogelijkheden voor cliënten zich terug te trekken;
    • mogelijkheden cliënten te betrekken bij taken (schoonmaken, helpen bij koken en afwas, zelf koken, enzovoort);
    • openheid voor de buitenwereld; dat wil zeggen een aankleding waarin bezoek zich welkom en prettig voelt.

    Voor mensen met een verstandelijke beperking en doofblindheid gelden daarnaast speciale aandachtspunten:

    • tactiele herkenbaarheid in de woning in ruimtes en de indeling ervan;
    • verschillende ruimtes voor verschillende activiteiten in een woning: eten, slapen, douchen, toilet; 
    • een herkenbare en voorspelbare vloer/wand om oriëntatie te faciliteren;
    • een goede geluidsomgeving voor mensen met restgehoor;
    • goede verlichting en kleurcontrasten voor mensen met restvisus (op basis van lichtadviesplan opgesteld door een terzake kundige organisatie);
    • rekening houden met de akoestiek, bijvoorbeeld door het gebruik van geluiddempende materialen of door afgebakende hoeken te creëren; 
    • rekening houden met mensen die zich op basis van tactiele informatie moeten oriënteren: tactiele verwijzers, vaste plekken voor meubels, etc.;
    • belang van buiten kunnen zijn in een veilige omgeving;
    • beschikbaarheid (in de nabije omgeving) van faciliteiten als een gymzaal, een zwembad en natuur.
  • Gebaseerd op / bewerking van:

    Het basisklimaat dat binnen ’s Heeren Loo geboden wordt is gebaseerd op het pedagogisch basisklimaat zoals dat ontwikkeld wordt binnen de residentiële jeugdzorg (https://www.nji.nl/Residentile-jeugdzorg-Praktijk-Richtlijnen) en op het Basisklimaat LVB dat is opgesteld voor de begeleiding van jongeren van Groot Emaus.
    Voor het begrijpen en beïnvloeden van de interacties tussen de cliënt en zijn sociale omgeving vormen het interventieprogramma Contact (Janssen) en de methode Hoge kwaliteit Communicatie (Damen) de basis.
    - Damen S, Kef S, Worm M, Janssen MJ, et al. (2011). Effects of video-feedback interaction training for professional caregivers of children and adults with visual and intellectual disabilities. Journal of Intellectual Disability Research 55(6):581-95
    - Damen, S., Janssen, M., Huisman, M., Ruijssenaars, A.J.J.M., & Schuengel, C. (2014). Stimulating Intersubjective Communication in an Adult with Deafblindness: A Single-Case Experiment. Journal of deaf studies and deaf education, 19(3), 366-84.
    - Janssen, M. J. (2014). Het interventieprogramma Contact. Bevorderen van harmonieuze interacties bij kinderen met doofblindheid. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 53(7-8), 339-353.

    Effectiviteit:

    Het Interventieprogramma Contact bevindt zich vanaf 01-06-2017 in het erkenningstraject van de Databank effectieve interventies gehandicaptenzorg: http://www.kennispleingehandicaptensector.nl/gehandicaptenzorg/Gehandicaptenzorg-Interventies.html.

  • Begeleid wonen in een groepswoning in Katwijk Steenbok 10-12

    Steenbok 10 t/m 16 bestaat uit twee woningen: één voor mensen met een verstandelijke beperking en één voor mensen met een visuele en/of auditieve beperking.

    Meer

  • Wonen en werken bij dagbesteding en bollenschuur Vreeburg in Hillegom Nieuweweg 11

    Vreeburg is een verbouwde bollenschuur met woonhuis. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen hier zowel wonen als werken.

    Meer

  • Begeleid wonen in complex De Boog in Monster Bosweg 30-38

    De Boog bestaat uit negen groepswoningen voor mensen met een verstandelijke beperking van uiteenlopende niveaus.

    Meer

  • Begeleid wonen in Julianadorp Kastanjehout 61-62

    Een woonvoorziening voor ouderen met een verstandelijke beperking.

    Meer

  • Begeleid wonen in Ermelo Molenkamp 32-34-36-38-40

    Woningen met 24-uurs begeleiding voor mensen met een verstandelijke beperking.

    Meer

  • Begeleid wonen in Apeldoorn Achisomoglaan 250-260

    Een groepswoning voor ouderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking.

    Meer

Terug naar boven