Vacatures 14 nieuw

Basic Trust

De Basic Trustmethode is een kortdurende interventie voor cliënten met (ernstige) gedrags- en/of emotionele problemen en hun (professionele) opvoeders gericht op het bewerkstelligen van een veilige gehechtheid bij de cliënt door het versterken van de sensitiviteit en responsiviteit van de opvoeder/begeleider, waarbij gebruik wordt gemaakt van specifieke communicatietechnieken en videofeedback.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: toepasbaar voor alle leeftijden
    • ontwikkelingsniveau/IQ: van geen verstandelijke beperking tot ernstig verstandelijk beperkt;
    • ontwikkelingsniveau/IQ opvoeders: één of beide opvoeders hebben een lichte of matige of geen verstandelijke beperking;
    • problematiek: hechtingsproblematiek c.q. tekort aan basisvertrouwen eventueel in combinatie met verstandelijke beperking of andere stoornissen;
    • hulpvraag: met name gericht op het verminderen van gedrags- en/of emotionele problemen bij de cliënt en het verbeteren van gehechtheid.

    Contra-indicaties:

    • de veiligheid van de cliënt wordt onvoldoende gewaarborgd;
    • de cliënt heeft suïcideneigingen;
    • beide ouders hebben een ernstige verstandelijke beperking;
    • er is sprake van een trauma en EMDR biedt een betere prognose;
    • wettelijk vertegenwoordiger verleent geen toestemming;
    • de cliënt weigert mee te werken aan een video-opname;
    • er lijkt in de intakefase sprake van andersoortige problematiek die meer op de voorgrond ligt dan de hechtingsproblematiek.
  • Hoofddoel:

    • het bewerkstelligen van een veilige gehechtheid bij de cliënt door het versterken van de sensitiviteit van de opvoeder/begeleider. In de praktijk blijkt bij cliënten ouder dan 18 jaar met name een afname zichtbaar in zowel internaliserend als externaliserend gedrag.

    Subdoelen zijn:

    • de opvoeder/begeleider kijkt objectiever naar de wensen, gevoelens, gedragingen, gedachten van de cliënt. Hierdoor wordt de begeleider sensitiever en responsiever; 
    • hij/zij wordt zich bewuster van zijn/haar handelen, neemt meer de tijd om er echt voor de cliënt te zijn en heeft rust in zijn/haar houding. Dit zorgt weer voor veiligheid, voorspelbaarheid en vertrouwen;
    • inzicht bij opvoeders/begeleiders in de achtergrond van het gedrag van de cliënt;
    • versterking van de communicatievaardigheden (sensitiviteit en responsiviteit) van opvoeders/begeleiders, met name het benoemen wat je hoort of ziet waardoor ze goed aansluiten op het niveau van de cliënt;
    • opvoeders/begeleiders weten hoe ze de cliënt kunnen ondersteunen bij verliesverwerking;
    • de cliënt kan zijn omgeving zelfstandig ontdekken met de opvoeder/begeleider als veilige basis en ervaart de opvoeder/begeleider als veilige haven en bron van troost;
    • de cliënt heeft meer zelfbewustzijn, met andere woorden: kent zijn of haar gevoelens beter en kan deze beter reguleren;
    • de gedragsproblemen van de cliënt zijn significant afgenomen.
  • Aard werkzaamheden

    Er vinden gemiddeld acht wekelijkse sessies plaats, waarvan vier voor video-opnamen en vier voor terugkijksessies. De video-opnamesessies vinden plaats met het hele systeem en duren een half uur. De video-opname zelf duurt ongeveer tien minuten. Afhankelijk van de leeftijd van de client, kiest de hulpverlener een activiteit of sluit hij aan bij waar het systeem mee bezig is. De terugkijksessies zijn alleen met de opvoeders/begeleiders en duren ongeveer anderhalf uur. Aan het einde van de terugkijk­sessie krijgt de opvoeder 'huiswerk' of 'aandachtspunten' mee om met de geleerde vaardigheden te kunnen toepassen.

    De Basic Trustmethode omvat specifieke instructies voor opvoeders/begeleiders. Daarnaast wordt de methode gecombineerd met psycho-educatie over de dynamiek achter de symptomen en op hechting gerichte opvoedingsadviezen. Met name de specifieke communicatievaardigheden die opvoeders/begeleiders in het contact met de cliënt hanteren staan centraal. Als basisinstructie ter versterking van de sensitieve responsiviteit wordt in ieder geval aan de opvoeders/begeleiders daartoe het ‘benoemen’ gegeven.

    Werkzame elementen

    • Psycho-educatie aan opvoeder/begeleider over de dynamiek achter de symptomen: beïnvloeden van het gedrag en attitude van opvoeder/begeleider.
    • Communicatietechniek ‘benoemen’ en non-verbaal ‘spiegelen’: verbeteren van de sensitiviteit en responsiviteit van de opvoeder/begeleider. Hierin zijn aspecten als wederkerigheid, synchroniciteit, stimulering, emotionele ondersteuning en positieve houding vervat, evenals een faciliterende en regulerende houding. De cliënt voelt zich gezien en gehoord (het ‘ervaren van bestaansrecht’), waardoor veilige gehechtheid toeneemt en externaliserende en internaliserende problemen afnemen.
    • Communicatietechniek ‘benoemen’ gevolgd door de ‘tweede stap’: verbeteren zelfregulatie van de cliënt en het leren mentaliseren (nadenken over de eigen innerlijke wereld en die van anderen); 
    • Video-opnames op microniveau, waarbij er bekrachtiging is van gezonde elementen in de interactie (empowerment): het aanboren van het zelfoplossend vermogen van opvoeders/begeleider bevordert motivatie, zelfbewustzijn, gedragsrepertoire, kennis en doelgerichtheid;
    • Videofeedback: verbetering van het opvoedingsgedrag en positieve beleving door de opvoeder/begeleider van zowel zichzelf als van de cliënt. Opvoeders/begeleiders zijn hun eigen voorbeeld en worden vaardiger in interactie met de cliënt, ervaren meer plezier en minder problemen na afloop van het programma.

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijnen Ernstige gedragsproblemen, Problematische gehechtheid en Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevatten nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met (ernstige) gedrags- en/of emotionele problemen.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Bij het toepassen van de methode in gezinnen waarbij ouders/opvoeders een verstandelijke beperking hebben is het belangrijk dat de belangrijkste steunfiguren en/of hulpverleners van de ouders meekomen naar de sessies zodat zij de ouders vervolgens kunnen helpen in de toepassing van de principes in de thuissituatie.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    In het werken met cliënten met een verstandelijke beperking wordt dezelfde werkwijze gevolgd als bij jonge kinderen zonder verstandelijke beperking. Ook bij deze doelgroep is het afstemmen van de opvoeders/begeleiders op het gedrag van de cliënt van cruciaal belang, met name om overvraging te voorkomen. Als opvoeders/begeleiders de cliënt goed leren volgen en benoemen en in de tweede stap alleen initiatieven nemen als het moet, dan sluiten ze als vanzelf optimaal aan bij het niveau van de cliënt. Ook bij cliënt met een forse verstandelijke beperking is door middel van het volgen en benoemen door de opvoeder/begeleider ontwikkeling van basisvertrouwen mogelijk. In de regel hebben deze cliënt meer herhaling, dus intensievere toepassing van de interactieprincipes door de gehechtheidfiguur nodig om basisvertrouwen te kunnen ontwikkelen.

    Ook voor verstandelijk beperkte ouders is het in principe mogelijk om de interactieprincipes te leren toepassen. Er is wel een intensievere oefenperiode nodig. Het is belangrijk dat de belangrijkste steunfiguren en/of hulpverleners van de ouders meekomen naar de sessies zodat zij de ouders vervolgens kunnen helpen in de toepassing van de principes in de thuissituatie.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    Gemiddeld bestaat de Basic Trustmethode uit acht sessies. De methode kan ook in school-, werk- en (semi)residentiële teams worden toegepast. Leerkrachten en (werk) begeleiders maken zich de interactieprincipes eigen aan de hand van de video-opnames en psycho-educatie.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (de gehele interventie): gemiddeld 8.
    Aantal minuten per sessie: tussen de 30 en 90 minuten.

  • Setting

    De methode kan worden toegepast in het gezin, op school, op het werk en in de (semi)residentiële setting. In eerste instantie wordt er gestart in de thuissituatie of in de (semi)residentiële setting voordat begeleiding op school/ werk wordt opgestart. Mocht er onvoldoende verbetering zichtbaar zijn op school/werk, kan gestart worden met begeleiding van de leerkracht/ werkbegeleider c.q. deel van het team.

    Professional

    Voor hulpverleners die opgeleid worden met de Basic Trustmethode is minimaal een HBO-opleiding vereist. Kennis over ontwikkeling van cliënt. Eerst een driedaagse basistraining ‘Hechting en Video Interactie Begeleiding’, daarna de individuele praktijkopleiding Basic Trustmethode met AIT-certificaat ‘Video Interactie Begeleiding Hechting’.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen):
    Videocamera

  • Gebaseerd op / bewerking van:

    De Basic Trustmethode is door Polderman (1998) ontwikkeld op basis van de bestaande Video Home Training (VHT; Biemans & Dekker, 1994). VHT werd ontwikkeld op basis van onderzoek naar de interacties tussen moeder (ouder) en kind van onder andere Trevarthen (1979) en Papousek & Papousek (1979). De resultaten van dit onderzoek vormden de basis van de theorie over communicatie die vooral door Biemans (1989, 1994) werd omgezet in de methodiek Video-interactiebegeleiding/Video-hometraining. Er zijn varianten ontwikkeld voor de JGZ en klinische gezondheidszorg. VHT is opgenomen in de databank van het NJI

    • Biemans, H. (1989). Thuisbehandeling, video en feedback gegevens. Utrecht: Stichting Promotie Intensieve thuisbehandeling Nederland. 
    • Biemans, H.M.B., & Dekker, J.M. (1994). Videohometraining in gezinnen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
      Papousek, M., & Papousek, M. (1979). Early ontogeny of human social interaction; its biological roots and social dimensions. In M. von Cranach e.a. (Red.), Human ethology: Claims and limits of a new discipline. Cambridge: Cambridge University Press.
    • Polderman, N. (1998). Hechtingsstoornis, beginnen bij het begin. Tijdschrift voor Orthopedagogiek, 10, 422- 433.
    • Trevarthen, C. (1979). Communication and cooperation in early infancy. A description of primary intersubjectivity. In M. Bullowa, Before Speech. The beginning of interpersonal communication. Cambridge: Cambridge University press

    Effectiviteit

    De Basic Trustmethode is op 14-10-2011 door de Erkenningscommissie Interventies (Deelcommissie Jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie) erkend als ‘goed onderbouwd’.

    Een pilotstudy met een experimentele groep (N=5) en een controlegroep (N=5) bij pleegkinderen laat positieve effecten zien op de sensitiviteit van de pleegmoeder en op het gehechtheidsgedrag van het kind (Polderman, 2010). Tevens is er een sterke afname van storend/interfererend gedrag van pleegmoeder. Een veranderingsonderzoek (N=20) laat een afname van gedrags- en/of emotionele problematiek bij het kind zien en tevens positieve effecten op de gehechtheid van het kind, met name op gedesorganiseerde gehechtheid en een toename van de veiligheid in de moeder-kindrelatie (Polderman, 2010).

    Een meta-analyse van Fukkink (2008) laat een positief effect zien van video-feedback, inclusief VHT-programma's, op het opvoedgedrag, op de opvoedbeleving en op de ontwikkeling van het kind.

    • Fukkink, R. (2008). Video feedback in widescreen: A meta-analysis of family programs. Clinical Psychology Review, 28, 904-916.
    • Polderman, N. (2010). Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving 'Basic Trustmethode'. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Gedownload van www.nji.nl/jeugdinterventies
Terug naar boven