Vacatures 12 nieuw

Cognitieve gedragstherapie (CGT)

Cognitieve gedragstherapie is bedoeld voor mensen vanaf 12 jaar (IQ tussen 70 en 85) met psychische problemen en gericht op het opsporen van denkfouten die tot psychische problemen leiden en die vervangen door helpende gedachten.

  • Indicaties:

    • leeftijd: jeugdigen (vanaf 12 jaar) en volwassenen;
    • ontwikkelingsniveau/IQ: licht verstandelijke beperking (IQ tussen 70 en 85);
    • problematiek:
      • psychische problemen zoals: emotieregulatieproblemen;
      • angst/paniekklachten;
      • depressieve stemming;
      • zelfbeeldproblematiek;
      • persoonlijkheidsproblematiek

    Contra-indicaties:

    • te laag IQ (onder de 60) (een puur gedragsmatige aanpak kan via mediatie wellicht ook bij een laag IQ);
    • cliënt heeft geen hulpvraag;
    • zeer ongemotiveerde cliënt/ouders;
    • ernstige psychiatrische problematiek zoals acute psychose;
    • suïcidaliteit.
  • Hoofddoel: 

    • het opsporen van denkfouten die tot psychische problemen leiden en die vervangen door helpende gedachten.

    Subdoelen:

    • de cliënt bewust maken van de link tussen denken, doen en voelen; 
    • met de cliënt onderzoeken hoe dit bij hem werkt en samenhangt met de problemen/klachten die worden ervaren;
    • een gedragsverandering teweeg brengen door bestaande cognities en gevoelens te bewerken en dit in het dagelijks leven toe te passen (wat weer een bekrachtiging is voor de vernieuwde cognitie).
  • Aard werkzaamheden

    De therapeut leert cliënten in individuele therapiesessies disfunctionele gedragspatronen en de cognities die daarmee gepaard gaan te herkennen en bij te sturen. Daarnaast leer de therapeut de cliënt meer controle te hebben over de gevoelens en (coping)vaardigheden.

    Werkzame elementen

    • cognitieve herstructurering (storende/negatieve gedachten vervangen door positieve/helpende gedachten);
    • gedragspatronen en bekrachtigers leren herkennen en waar mogelijk wijzigen;
    • maken van een functie- en betekenisanalyse; 
    • psycho-educatie;
    • exposure (in stappen blootstellen aan de beangstigende situatie);
    • leren herkennen en begrijpen van eigen emoties en hier adequaat mee omgaan;
    • zelfinstructie;
    • huiswerkopdrachten: het doen van gedragsexperimenten en oefenen in de praktijk;
    • nazorg (‘brandplan’ maken, wat te doen als…).

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijn Stemmingsproblemen (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevat nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met psychische problemen.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Ouders en andere relevante personen uit het netwerk worden bij voorkeur betrokken. Afhankelijk van het gebruikte protocol en het desbetreffende systeem wordt hier invulling aangegeven.
    Bij mensen met een LVB is het zeer wenselijk om ouders/omgeving te betrekken om het effect van de therapie in het dagelijks leven in te bedden (generaliseren).
    Mogelijkheden zijn: ouder/begeleider/verwant die de hele sessie participeert, deels aansluit of telefonisch/per e-mail nauw betrokken wordt bij het proces en het huiswerk.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    Voorwaarden/helpend voor de effectiviteit bij cliënten met LVB:

    • vereenvoudigd taalgebruik;
    • het werken met kleine stappen;
    • ondersteuning vanuit de omgeving (bv. het gezinssysteem) bij het generaliseren naar de thuis/school/werksituatie;
    • herhaling (er moet afgeweken worden van het aantal sessies vanuit het protocol);
    • gebruik van visualisatie.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    • wekelijks minimaal 1 uur therapie
    • duur: gemiddeld 25 sessies (individuele gesprekken)

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (de gehele interventie): 25 (gemiddeld).
    Bij de LVB doelgroep kan dit oplopen tot een therapieproces van 40 sessies.
    Aantal minuten per sessie: 45/60 minuten per sessie, afhankelijk van de draagkracht van de cliënt.

  • Setting

    De therapie vindt plaats op de polikliniek of een kantoor van ’s Heeren Loo zowel voor residentiële als ambulante cliënten. In sommige gevallen wordt er geoefend in de situatie (bijvoorbeeld bij exposure).

    Professional

    • HBO-therapeuten die opgeleid zijn in de cognitieve gedragstherapie (‘cognitief gedragstherapeutisch werkers’) die werken onder supervisie van een CGT-therapeut.
    • Orthopedagogen/psychologen/GZ-psychologen met een CGT opleiding. Hierin zit onderscheid in verantwoordelijkheid (een GZ-psycholoog mag hoofdbehandelaar zijn), opleidingsniveau in CGT (de basiscursus van 100 uur of de volledige opleiding van cognitief gedragstherapeutisch therapeut) en ervaring met problematiek en toepassing van protocollen.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    Organisatorisch:
    Protocollen moeten beschikbaar zijn. Denk aan interventies zoals:

    • Denken + Doen = Durven;
    • Bedwing je dwang;
    • Surfen op emoties;
    • Denk je goed, voel je goed.

    Fysiek:

    • geschikte ruimte (rustig, niet te groot, tafel met stoelen);
    • materiaal om e.e.a. visueel te maken.

    Contextueel:

    • draagvlak/motivatie bij cliënt en systeem;
    • zorg voor generalisatie naar thuis/schoolsituatie;
    • vaak is een combinatie met ambulante begeleiding of een andere vorm van hulp geïndiceerd.
  • Gebaseerd op / bewerking van:

    Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat CGT effectief is bij veel psychische problemen, zoals angsten, depressie, verslavingen, eetstoornissen en meer. Uit recente onderzoeken zijn er aanwijzingen dat CGT werkt voor mensen met een licht verstandelijke beperking (Taylor et al., 2008; Zoon, 2012)).

    • Taylor, J.L, Lindsay, W.R. & Willner, P. (2008). CBT for People with Intellectual Disabilities: Emerging Evidence, Cognitive Ability and IQ Effects. Behavioural & Cognitive Psychotherapy, 36, 723-733.
    • Zoon, M. (2012). Wat werkt bij jeugdigen met een licht verstandelijke beperking? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
  • Polikliniek Leeuwarden

    Meer

  • Polikliniek Monster

    Meer

  • Polikliniek Druten Canisius Wilhelmina Ziekenhuis

    Meer

  • Polikliniek Geldermalsen

    Meer

  • Polikliniek Zwolle

    Meer

  • Polikliniek Soest

    Meer

  • Polikliniek Harderwijk

    Meer

  • Polikliniek Urk

    Meer

  • Polikliniek Hillegom

    Meer

  • Polikliniek Apeldoorn

    Meer

  • Polikliniek Julianadorp

    Meer

  • Polikliniek Ede Horalaan

    Meer

  • Polikliniek GGZ Zwaag

    Meer

  • Polikliniek GGZ Amsterdam

    Meer

  • Polikliniek Tiel

    Meer

  • Naschoolse dagbehandeling De Kanjers in Amersfoort Bruispad 2

    Naschoolse dagbehandeling in Amersfoort voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking.

    Meer

Terug naar boven