Vacatures 12 nieuw

Diagnostiek niveaubepaling

Niveaubepaling door middel van diagnostiek is bedoeld voor cliënten van alle leeftijden en niveaus, met als doel dat het niveau van functioneren van de cliënt op meerdere gebieden in beeld wordt gebracht.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: alle leeftijden
    • ontwikkelingsniveau/IQ: alle niveaus: normaal begaafd, LVB, MVB, EVB;
    • hulpvraag: wat is het niveau van functioneren van de cliënt? Hierbij is aandacht voor cognitief functioneren (IQ), sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau, adaptieve vaardigheden, zelfredzaamheid.

    Contra-indicaties:

    • gebrek aan motivatie bij cliënt(systeem);
    • onstabiele periode voor de cliënt, in het systeem.
  • Hoofddoel:

    • het niveau van functioneren van de cliënt is op meerdere gebieden in beeld gebracht.

    Subdoelen zijn (na diagnostiek is bekend):

    • wat het intelligentieniveau van de cliënt is;
    • wat het niveau van sociaal-emotioneel functioneren van de cliënt is;
    • wat het niveau van sociale redzaamheid is.

    Op basis van de niveaubepaling kan de bejegening, begeleiding en behandeling van de cliënt aangepast worden aan zijn mogelijkheden en beperkingen. Ook geeft het aanknopingspunten voor het stimuleren van verdere ontwikkeling.

  • Aard werkzaamheden

    Een niveaubepaling bestaat afhankelijk van het niveau van de cliënt uit het afnemen van een intelligentietest met de cliënt zelf (kan niet bij EVB en EMB). Voor het afnemen van gestructureerde vragenlijsten over zelfredzaamheid en sociaal emotionele ontwikkeling zijn er gesprekken met de cliënt en/of met mensen die de cliënt goed kennen, bv. verwanten, professionals (het cliëntsysteem). Het gebruik van testmateriaal vindt plaats door daartoe opgeleide en bevoegde professionals. Diagnostiek resulteert in een onderzoeksverslag, een cliëntverslag en nabespreking van de resultaten. Het cliëntverslag helpt cliënten en het systeem om de resultaten te begrijpen.
    Er wordt gebruik gemaakt van intelligentietesten en vragenlijsten om het niveau van sociaal-emotionele ontwikkeling en de (sociale) zelfredzaamheid mee in kaart te brengen.
    In samenwerking met andere professionals kan diagnostisch onderzoek op het gebied van bijvoorbeeld communicatie, motorische ontwikkeling en zintuiglijke beperking deel uitmaken van de niveaubepaling.
    Voor cliënten verwanten en anderen in hun omgeving zijn de uitkomsten van onderzoek vaak verhelderend. Bij de cliënt betrokken professionals gebruiken de niveaubepaling voor het bepalen van de aanpak die nodig is om de cliënt en zijn systeem verder te helpen.

    Werkzame elementen

    • aansluiten bij het niveau van de cliënt en zijn systeem;
    • aandacht voor positieve kenmerken;
    • transparant zijn naar de cliënt en het systeem;
    • actief betrekken van de cliënt en het systeem (naast (in plaats van boven) de cliënt proberen te staan);
    • geschikt en actueel testmateriaal, zo veel mogelijk door de COTAN als goed beoordeeld;
    • ‘handelingsgericht’ werken: vraaggericht en gericht op de praktijk;
    • afstemming en samenwerking met andere betrokken professionals.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Voor een niveaubepaling is het noodzakelijk om te kunnen spreken met mensen die de cliënt goed kennen. Denk aan verwanten en begeleiders. Bij de intake wordt nagevraagd wie er bij het systeem hoort en welke personen belangrijke informanten zijn. Cliënt en diens evt. wettelijk vertegenwoordigers; ouders/ verwanten, voogd, curator, mentor worden mondeling en/of schriftelijk geïnformeerd over de resultaten. In overleg met hen wordt besproken welke andere mensen worden geïnformeerd.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    • waar nodig visuele ondersteuning bij gesprekken en onderzoeksmomenten;
    • waar mogelijk testmateriaal dat specifiek voor deze doelgroep is ontwikkeld; 
    • waar mogelijk gebruik van testmateriaal dat rekening houdt met de culturele achtergrond en het niveau van de beheersing van de Nederlandse taal ;
    • extra ondersteuning bieden om op afspraken te komen (bijvoorbeeld begeleiding bellen of een extra herinnering sturen);
    • een cliëntverslag maken.

    Bij cliënten die op MVB, EVB, EMB niveau functioneren wordt testmateriaal gekozen dat aansluit bij het ontwikkelingsniveau i.p.v. bij de kalenderleeftijd.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    Het diagnostisch onderzoek bestaat uit verschillende fasen: intake, strategie, onderzoek, integratie en aanbeveling/advies. De duur en frequentie van het diagnostisch traject is per cliënt verschillend.
    Gemiddelde duur van een diagnostisch onderzoek is 4 tot 12 weken.
    Frequentie: in principe eenmalig. Vanwege de ontwikkeling die kinderen door maken zijn resultaten van de niveaubepaling maar bepaalde tijd geldig. Het kan nodig zijn om vaker een niveaubepaling te doen.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies en tijdsinvestering is per cliënt verschillend en afhankelijk van het testmateriaal dat gekozen wordt. Hieronder wordt een gemiddelde aangegeven.
    Aantal sessies (de gehele interventie): 3 sessies (1 sessie met cliënt zelf, 2 sessies met andere betrokkenen).
    Aantal minuten per sessie cliënt: 60 – 180 minuten.
    Aantal minuten per sessie andere informanten: 60 – 120 minuten.
    Aantal extra minuten (voorbereiding, rapportage, overleg): 10-20 uur.

  • Setting

    Gesprekken en testonderzoek vinden zo veel mogelijk plaats op kantoor, maar kunnen ook op locatie (thuis, op school of op andere locatie) plaatsvinden.

    Professional

    • universitair geschoolde psychologen of pedagogen met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) kunnen het hele proces zelfstandig uitvoeren;
    • HBO geschoolde psychologen kunnen onderdelen van de diagnostiek uitvoeren;
    • mogelijkheden voor deskundigheidsbevordering, werkbegeleiding, intervisie, supervisie, voldoen aan registratie-eisen (van bijvoorbeeld SKJ en BIG).

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Beschrijving van de locatie en de hoeveelheid ruimte:

    • een geschikte ruimte voor het doen van testdiagnostiek waar je niet gestoord wordt (geluidsarm, weinig prikkels, een tafel waar je tegenover en naast elkaar kunt zitten);

    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    • beschikbaar testmateriaal (intelligentietesten, vragenlijsten);
    • mogelijkheden voor het digitaal afnemen en scoren van testen/vragenlijsten;
    • abonnement op COTAN en toegang tot recente wetenschappelijke literatuur;
    • mogelijkheid om op locatie te observeren (bijvoorbeeld school, werk);
    • budget voor het aanschaffen van de (nieuwste) testmaterialen.
  • Gebaseerd op / bewerking van:

    • de diagnostische cyclus van De Bruyn e.a. (het onderzoek zo wetenschappelijk mogelijk uitvoeren middels hypothesetoetsing);
    • handelingsgerichte diagnostiek van Pameijer en Laar-Bijman (cliëntvriendelijk en concreet antwoord geven op vragen en tot een passend advies komen). 
    • Bruyn, E.E.J. de, Ruijssenaars, A.J.J.M., Pameijer, N.K. & Aarle, E.J.M. van (2003). De diagnostische cyclus. Een praktijkleer. Leuven: Acco
    • Pameijer, N.& Laar-Bijman, E. van (2007). Handelingsgerichte diagnostiek. Een handreiking voor orthopedagogen en psychologen werkzaam in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Den Haag: LEMMA.
    • Dosen, A. (2014). Psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking. Een integratieve benadering bij kinderen en volwassenen. Assen: Koninklijke van Gorcum BV.
    • American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (5e ed.). Amsterdam: Uitgeverij Boom.

    Effectiviteit

    De Richtlijn Effectieve Interventies LVB
    (De Wit e.a., 2011) beschrijft hoe bij het ontwikkelen, aanpassen en uitvoeren van interventies aangesloten kan worden bij de kenmerken van een LVB. Om geschikt en mogelijk effectief te zijn in de behandeling/ondersteuning van cliënten met een LVB moet de aanpak voldoen aan zes criteria, waaronder ‘uitgebreide diagnostiek voor start met methode’.
    Wit, M. de, Moonen, X. & Douma, J. (2011). Richtlijn Effectieve Interventies LVB: Aanbevelingen voor het ontwikkelen, aanpassen en uitvoeren van gedragsveranderende interventies voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Utrecht: Landelijk Kenniscentrum LVG.

  • Polikliniek Leeuwarden

    Meer

  • Polikliniek Monster

    Meer

  • Polikliniek Druten Canisius Wilhelmina Ziekenhuis

    Meer

  • Polikliniek Geldermalsen

    Meer

  • Polikliniek Zwolle

    Meer

  • Polikliniek Soest

    Meer

  • Polikliniek Harderwijk

    Meer

  • Polikliniek Urk

    Meer

  • Polikliniek Hillegom

    Meer

  • Polikliniek Apeldoorn

    Meer

  • Polikliniek Julianadorp

    Meer

  • Polikliniek Ede Horalaan

    Meer

  • Polikliniek GGZ Zwaag

    Meer

  • Polikliniek GGZ Amsterdam

    Meer

  • Polikliniek Tiel

    Meer

  • Naschoolse dagbehandeling De Kanjers in Amersfoort Bruispad 2

    Naschoolse dagbehandeling in Amersfoort voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking.

    Meer

  • Orthopedagogisch behandelcentrum Auriga in Dordrecht Grafelijkheidsweg 82

    In dit orthopedagogisch behandelcentrum kunnen kinderen en jongeren terecht met een lichte verstandelijke beperking en gedragsproblemen terecht.

    Meer

Terug naar boven