Vacatures 12 nieuw

Integratieve Therapie voor Gehechtheid en Gedrag (ITGG)

Integratieve Therapie voor Gehechtheid en Gedrag (ITGG) is een vorm van psychotherapeutische behandeling bedoeld voor VB- en EMB-cliënten met een ontwikkelingsleeftijd van minimaal 9 maanden en gericht op vermindering van gedragsproblemen en het voor het eerst of opnieuw opbouwen van een gehechtheidrelatie.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: vanaf ontwikkelingsleeftijd van 9 maanden; 
    • ontwikkelingsniveau/IQ: matig of (zeer) ernstig verstandelijk beperkt (IQ 20 tot 40) of meervoudig beperkt en/of visuele beperkt;
    • problematiek:
      • verstoorde gehechtheid: volgens de diagnostiek gedaan is zoals beschreven in Dekker, Van der Sande & Janssen (2010) heeft het kind een score hoger dan 24 voor verstoord gehechtheidsgedrag;
      • ernstige en hardnekkige gedragsproblemen: een score van 3 of 4 zoals blijkt uit een hoge score op het Consensusprotocol Ernstig Probleemgedrag - CEP, Nationaal Ziekenhuisinstituut (Kramer, 2001). Met behulp van een goede functionele analyse van het probleemgedrag door de gedragsdeskundige zijn andere mogelijke oorzaken voor probleemgedrag, bijvoorbeeld medische oorzaken, uitgesloten;
      • eerdere interventies gericht op de dagelijkse begeleiding (o.a. aandacht, gedragstherapeutische aanpak) en leefsituatie (o.a. competentievergroting, aanpassingen in de omgeving) hebben geen gewenst effect gehad.;
    • hulpvraag: de gedragsproblemen van de cliënt zijn zo ernstig dat behandeling door de opvoeder, met wie de relatie verstoord is, niet meer mogelijk is.

    Contra-indicaties:

    • de cliënt is extreem gevoelig voor de lichtste aanraking (hypersensitiviteit voor aanraking / tactiele afweer);
    • er is sprake van een instabiel opvoedings- en begeleidingssysteem dat wil zeggen dat er voor een langere tijd geen personen zijn met wie de cliënt een gehechtheidsrelatie kan opbouwen

    Dekker- van der Sande, F. & Janssen, C.G.C. (2010). Signalen van verstoord gehechtheidsgedrag: Best practice voor het diagnosticeren van gehechtheidsproblemen bij kinderen/jongeren met een visuele en/of licht verstandelijke beperking. Den Haag, Uitgeverij LEMMA.

    Kramer, G. J. A. (Ed.). (2001). Consensusprotocol Ernstig Probleemgedrag. Handleiding voor het beschrijven en beoordelen van probleemsituaties rond cliënten van de gehandicaptenzorg. Utrecht: Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.

  • Hoofddoel

    • een klinisch relevante vermindering van gedragsproblemen en het voor het eerst of opnieuw opbouwen van een gehechtheidsrelatie.

    Subdoelen:

    • De cliënt laat in plaats van probleemgedrag, nieuw gewenst gedrag zien. Er is aan het eind van de behandeling nagenoeg geen sprake meer van zelfverwondend gedrag en agressie naar anderen.
    • De cliënt zoekt tijdens momenten van stress of ongemak hulp, ondersteuning of troost bij de dagelijkse begeleider of ouders.
    • De cliënt onderneemt activiteiten waarvan hij/zij geniet en waardoor de cliënt zich verder kan ontplooien.
  • Aard werkzaamheden

    ITGG is een gefaseerde psychotherapeutische behandeling, waarbij elke fase een specifieke functie heeft en afhankelijk is van succes in de voorgaande fase. In de eerste fase wordt door middel van intensief contact (opnieuw of voor het eerst) een gehechtheidsrelatie opgebouwd met de cliënt. 

    Deze fase is opgebouwd uit drie subfasen namelijk: 'bonding en contact maken', 'symbiose' en 'stimulatie tot individuatie'. De tweede fase is gedragstherapie en de derde fase bestaat uit generalisatie en afronding, waarbij ouders en begeleiders betrokken worden.

    Werkzame elementen

    Fase 1: Bonding - contact maken - symbiose - stimulatie tot individuatie

    • de gedragingen van de cliënt volgen en zich daaraan aanpassen;
    • lichamelijk contact beginnen met respecteren van de afstand waarbij de cliënt zich gemakkelijk voelt;
    • lichamelijk contact langzaam opbouwen;
    • zacht spreken op een herhalende, melodieuze en vragende wijze;
    • bewegingen vergroten, ritmische bewegingen en taalgebruik toe laten nemen;
    • op gedragsproblemen zoals krabben of bijten troostend en geruststellend reageren;
    • geluiden en woorden imiteren en gedrag spiegelen;
    • de cliënt stimuleren om eigen verlangens en gevoelens te uiten.

    Fase 2: Gedragstherapie

    • met de opvoeders/begeleiders de situaties analyseren (functieanalyse) waarin probleemgedrag zich voordoet;
    • alternatieve/gewenste gedragingen met dezelfde functie/betekenis voor de cliënt zoeken en aanleren;
    • bekrachtiging van het gewenste gedrag door middel van affectieve aanrakingen;
    • ongewenst gedrag negeren.

    Fase 3: Generalisatie en afronding

    • de dagelijkse opvoeders/begeleiders ondersteunen in communicatie, het bieden van duidelijkheid, voorspelbaarheid en stimulatie; 
    • verantwoordelijkheid voor het bestendigen van het therapie-effect geleidelijk overdragen aan de dagelijkse opvoeders/begeleiders.

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijnen Ernstige gedragsproblemen, Problematische gehechtheid (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevatten nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met gedragsproblemen.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Ouders, begeleiders en/of andere personen uit het sociale netwerk worden intensief betrokken: in de eerste fase voor afstemming/informatie en in de tweede fase om samen te bepalen welk gedrag nog therapeutische aanpak vraagt. In de derde fase nemen ouders/begeleiders het (geleidelijk) over.

    De therapie wordt in een periode van ongeveer één jaar in de woning of op school/dagbesteding/werk van de cliënt aangeboden. Van de omgeving wordt verwacht dat de cliënt van te voren eten/drinken te geven en na afloop van de behandeling 'op te vangen'. Met andere woorden om dan te gaan eten of een andere ontspannende activiteit te doen, juist omdat de therapie zo intensief is (tijdens de therapie wordt geen eten/drinken aangeboden). 

    Bij de laatste fase van de behandeling geeft de therapeut interactiebegeleiding aan de opvoeders/begeleiders om hen te ondersteunen bij het verdiepen van de relatie met de cliënt. In Fase 3 is er iedere maand een overlegmoment met opvoeders/begeleiders.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    ITGG is specifiek voor deze doelgroep ontwikkeld.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    De behandeling duurt 10 tot 12 maanden en omvat drie sessies van een uur per week. Duur van de fasen is flexibel. Indien aan de criteria voor iedere (sub)fase is voldaan kan de stap naar de volgende (sub)fase worden gemaakt. Gemiddeld duurt fase 1 ongeveer vier maanden, fase 2 ongeveer twee maanden en fase 3 vier tot zes maanden.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (de gehele interventie):
    52 x 3 = 156.

    Aantal minuten per sessie: 

    60 direct contact, 30 indirect.

    Tijdsinvestering: 3 sessies per week (1 uur directe tijd, 0,5 uur afstemming, voorbereiding etc.), dus 4,5 uur per week gedurende maximaal 52 weken = maximaal 234 uur.

  • Setting

    De behandeling wordt in de dagelijkse leefomgeving van de cliënt aangeboden op een plaats met weinig omgevingsgeluiden en waar de cliënt zich veilig en prettig voelt.

    Professional

    Gedragswetenschapper die de RINO cursus 'Basiscursus Gehechtheidstherapie' succesvol heeft afgerond en supervisie heeft gevolgd tijdens uitvoering van trajecten bij Bartimeus. De cursus bestaat uit tien dagdelen en is bestemd voor gedragswetenschappers (orthopedagogen, pedagogen, psychologen, gz-psychologen, orthopedagoog-generalisten) die werken met kinderen met een ernstige verstandelijke (en visuele beperking) met persistente gedragsproblemen. 

    Vervolgens is er een intervisietraject van 12 bijeenkomsten, individueel of in een groep van twee á drie cursisten. Deze bijeenkomsten vinden maandelijks gedurende één jaar plaats. Duur: 1½ uur per individuele bijeenkomst of 3 uur per groepsbijeenkomst.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    ITGG vindt plaats in de dagelijkse leefomgeving.
    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    • eenvoudig spelmateriaal (kan in een tas vervoerd worden);
    • mat/kussens om op de grond te kunnen werken.

  • Gebaseerd op / bewerking van:

    Integratieve Therapie voor Gehechtheid en Gedrag is ontwikkeld door Paula Sterkenburg van Bartimeus.

    • Sterkenburg, P. S. & Schuengel, C. (2008). Behandelprotocol integratieve therapie gehechtheid en gedrag. In Braet, C. & Bögels, S. (Eds.), Protocollaire behandelingen voor kinderen met psychische klachten (pp. 409-424). Amsterdam: Boom.

    Effectiviteit

    ITGG is op 4 oktober 2013 door de Erkenningscommissie Interventies (Deelcommissie Jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie) erkend als ‘Effectief volgens eerste aanwijzingen’.


    Sterkenburg (2013, p. 1): “De resultaten van het wetenschappelijk onderzoek naar het effect van ITGG zoals beschreven in Sterkenburg & Schuengel (2010, 2011) toonden aan dat de ITGG-therapeut een veilige haven is in tijden van angst, stress en vermoeidheid. De cliënten toonden ten tijden van hoge sympathische en parasympathische arousal significant langere periodes van (zeer) actief nabijheid zoekend gedrag naar de experimentele therapeut dan naar de controletherapeut (Schuengel, Sterkenburg, Jeczynski, Janssen, & Jongbloed, 2009). 

    De ITGG-therapeut bleek ook een veilige basis te zijn voor exploratie.

    Cliënten vertoonden bij de experimentele therapeut in Fase 1.1 en Fase 1.2 (Gehechtheidstherapie, Contact maken en Symbiose) meer exploratie van de behandelaar en in Fase 1.3 (Gehechtheidstherapie, Individuatie) meer exploratie van objecten, dan bij de controletherapeut (Sterkenburg & Schuengel, 2010, 2011).

    Cliënten scoorden aan het eind van de ITGG-behandeling significant lager op probleemgedrag (CEP) en vier van de zes cliënten vertoonden minder storend gedrag (SGZ). De behandeling had alleen effect op veelvoorkomende vormen van gedragsproblemen/storend gedrag (Sterkenburg, Janssen, & Schuengel, 2008a; Sterkenburg, Schuengel, & Janssen, 2008b).”

    • Paula Sterkenburg (september 2013). Databank effectieve jeugdinterventies: beschrijving 'Integratieve Therapie voor Gehechtheid en Gedrag (ITGG)'. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Gedownload van www.nji.nl/jeugdinterventies.

    Deze interventiebeschrijving is in sterke mate gebaseerd op deze beschrijving.
    In de praktijk wordt ITGG (binnen en buiten SHL) ook ingezet bij cliënten die ouder zijn dan 18 jaar (kalanderleeftijd). Er is echter geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van ITGG bij mensen die ouder zijn dan 18 jaar.

Terug naar boven