Vacatures 12 nieuw

Minder vaak uit de bocht

Minder vaak uit de bocht is een individuele of groepsgewijze emotieregulatietraining voor jeugdigen met een LVB vanaf 9 jaar en (jong)volwassenen met emotie regulatieproblematiek en veelvuldige spanningsopbouw. De training is gericht op inzicht in de spanningsopbouw en het vergroten van zelfregulatie.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: 9 en ouder;
    • ontwikkelingsniveau/IQ: 55-80;
    • problematiek: emotie regulatieproblematiek, veelvuldige spanningsopbouw;
    • hulpvraag: cliënt en omgeving willen inzicht in spanningsopbouw en willen spanningsopbouw zelf kunnen reguleren. De cliënt heeft zelf last van zijn gedrag en kan de relatie leggen tussen stress en ervaren spanningen en probleemgedrag.

    Contra-indicaties:

    • IQ lager dan 55;
    • zeer lage concentratieboog (geen gerichte activiteit kunnen doen of niet gericht kunnen luisteren);
    • geen enkel vermogen te generaliseren naar andere situaties dan het behandelgesprek.

  • Hoofddoel:

    • cliënt heeft inzicht in spanningsopbouw en kan deze zelf reguleren. Hij kan omgaan met stress en spanningen.

    Subdoelen:

    • minder snel kwaad worden;
    • minder agressie en zelfverwonding;
    • meer voor jezelf opkomen;
    • minder snel schuldig voelen;
    • meer zelfvertrouwen.

  • Aard werkzaamheden

    De aanpak is cognitief-gedragstherapeutisch.

    De training richt zich op het herkennen van signalen die wijzen op oplopende spanning. Er komen technieken aan bod om spanning te verlagen en risicovolle situaties te herkennen. Er wordt ook gewerkt aan copingstijl en attributie.

    Werkzame elementen

    Werkzame elementen:

    • cognitieve herstructurering (storende/negatieve gedachten vervangen door positieve/helpende gedachten);
    • psycho-educatie;
    • exposure (in stappen blootstellen aan de beangstigende situatie);
    • zelfinstructie;
    • huiswerkopdrachten;
    • ouders/begeleiders/leerkrachten betrekken voor generalisatie;
    • nazorg (‘brandplan’ maken, wat te doen als …).

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Ouders/wettelijk vertegenwoordiger en/of begeleiders/leerkrachten zijn nauw betrokken om generalisatie naar de dagelijkse praktijk vorm te geven. Na elke sessie is er een overdracht aan het betrokken netwerk. Er kan ook voor gekozen worden om een deel van het netwerk aan te laten sluiten bij sommige sessies.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    De geprotocolleerde behandeling/interventie is oorspronkelijk ontwikkeld voor kinderen/jongeren zonder verstandelijke beperking. Om de interventie voldoende aan te laten sluiten bij cliënten met een verstandelijke beperkingen zijn de volgende aanpassingen gedaan:

    • groter aantal sessies: gemiddeld 5 sessies meer;
    • meer herhaling van eerder aangeboden stof;
    • meer ondersteunende visuele communicatie (tekenen, whiteboard, voorbeelden tekenen);
    • oefeningen en werkbladen aanpassen aan taalbegrip van de cliënt;
    • overdracht van geleerde stof/geoefende sessie naar ouders en/of begeleiders;
    • huiswerkopdrachten afstemmen met netwerk (ouders en/of begeleiders en school).

    De resultaten bij jeugdigen met een matige en ernstige verstandelijke beperking zijn sterk afhankelijk van de mate van de beperking en het inzicht wat bewerkstelligd kan worden. Hoe lager het intelligentieniveau (en emotionele ontwikkeling) hoe minder werkzaam de interventie.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    De emotieregulatietraining (ook wel ‘zelfmanagementtraining’ genoemd) bestaat uit 18 tot 25 sessies. De training kan zowel individueel als in groepsverband (minimaal 2 en maximaal 5 personen) worden aangeboden.
    Er kunnen kortere trajecten op maat aangeboden worden. Praktijkervaring leert dat 5 tot 10 ook effectief kunnen zijn.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (de gehele interventie): 18 tot 25 sessies.
    Aantal minuten per sessie:
    LVB: 45 minuten (bij laag LVB-niveau: kortere duur (30-45 minuten) in verband met lagere concentratieboog en vereenvoudigde informatie aanbieden).

  • Setting

    De interventie kan individueel of groepsgewijs aangeboden worden op werkplek van de gedragswetenschapper (vaak op terrein ’s Heeren Loo) of op een locatie buiten het terrein van ’s Heeren Loo. Voorkeur is individuele sessies. De interventie kan ook bij de cliënt thuis worden uitgevoerd.

    Professional

    Gedragswetenschapper A of B (Ortho/sociaal pedagogisch behandelaar/therapeut). Er is geen speciale opleiding voor deze training, een cognitief therapeutische achtergrond is wenselijk.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    • behandel/diagnostiekruimte met tafel en stoelen en whiteboard of flipover;
    • ruimte/gang is rustig gelegen;
    • protocol is beschikbaar voor de therapeut;
    • werkboek is beschikbaar voor de cliënt.

  • Gebaseerd op / bewerking van:

    ‘Minder vaak uit de bocht’ is een geprotocolleerde behandelmethode binnen het domein van de cognitieve gedragstherapie en gebaseerd op de cognitieve theorie van Beck.

    • Beck, J.S. (1999). Basisboek cognitieve therapie. Baarn: Uitgeverij Intro.
    • Embregts, P.J.C.M. (2006). Toepassing van procedures van zelfmanagement bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking. In R. Didden (Ed.), In perspectief: Gedragsproblemen, psychiatrische stoornissen en lichte verstandelijke beperking (pp. 127-144). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
    • Verberne, G. J. & Verzijl, W. (2010). Minder vaak uit de bocht. Leren omgaan met spanningen. Oostrum: Specialistische Zorg Dichterbij

    Effectiviteit

    Er is geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze interventie. De praktijkervaring wijst uit dat deze interventie, met de juiste aanpassingen, goed aansluit bij de LVB doelgroep. Vooral de individuele interventie is passend. 

    De resultaten binnen zijn sterk afhankelijk van de mate van de beperking en het inzicht wat bewerkstelligd kan worden. Hoe lager het intelligentieniveau (en emotionele ontwikkeling) hoe minder werkzaam de interventie.

  • Polikliniek Druten Canisius Wilhelmina Ziekenhuis

    Meer

Terug naar boven