Vacatures 14 nieuw

Ouder-baby behandeling

De Ouder-Baby Behandeling binnen SHL is bedoeld voor ouder(s) met een LVB die een pasgeboren baby (0 tot 1 jaar) hebben of nog zwanger zijn en is gericht op het (preventief) verbeteren van de kwaliteit van de interactie tussen ouder(s) en de baby.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: ouder(s) met een baby van 0 tot 1 jaar (start het liefst al tijdens de zwangerschap); 
    • ontwikkelingsniveau/IQ: ten minste 1 van de ouders heeft een IQ tussen de 50 en 85 of er is bij ten minste 1 van de ouders een vermoeden van LVB (dit vermoeden is bevestigd door de afname van de SCIL (SCreener voor Intelligentie en Licht verstandelijke beperking);
    • problematiek: de behandeling wordt preventief ingezet bij ouders met een LVB. Een licht verstandelijke beperking is een risicofactor voor het ontwikkelen van een veilige relatie omdat de LVB met zich meebrengt dat de ouders bepaalde vaardigheden maar beperkt beheersen. Er bestaat een risico dat dat ouders met een LVB minder sensitief en responsief zijn naar hun kind. Dit kan leiden tot opvoed- en opgroeiproblemen voor het kind;
    • hulpvraag: help mij het contact tussen mij en mijn baby verstevigen.

    Contra-indicaties:

    De enige contra-indicatie vanuit de beschreven interventie is zeer hoge stress bij de ouder. Aanvullende contra-indicatie binnen SHL;

    • er is sprake van een acuut onveilige situatie voor het kind;
    • er is niet (meer) sprake van een dagelijkse opvoedsituatie;
    • ouders zijn op geen enkele manier bereid tot samenwerking;
    • er is geen huisvesting.

    Tevens is het noodzakelijk dat er behandeling voor de ouder wordt ingezet op het moment dat er sprake is van psychiatrische of verslavingsproblematiek bij ouder(s).

  • Hoofddoel:

    • Het contact tussen ouder en kind verbeteren/verstevigen. Belangrijk hierbij is dat de ouder leert te reageren op de contactinitiatieven van het kind. Zo wordt de natuurlijke communicatie op elkaar afgestemd. De interventie heeft als doel het voorkomen dat kinderen op latere leeftijd zelf psychosociale problemen ontwikkelen.

      De vijf basisprincipes van de behandeling zijn vroegtijdig preventief ingrijpen, het versterken van de kwaliteit van de ouder-kind interactie, een vroegtijdige behandeling van psychische klachten van de ouder (door een ander), het versterken van de sociale ondersteuning en huisbezoeken

    Subdoelen:

    de interventie richt zich op de kwaliteit van de ouder-kind interactie, zodat:

    • Responsiviteit verbeterd
    • Negatieve cognities van hem of haarzelf in relatie met zijn of haar kind wordt bijgesteld
    • Interferentie verminderd
    • Coöperatie wordt bevorderd
    • Positieve interacties tussen ouder en kind worden uitgebreid

  • Aard werkzaamheden

    De interventie kent een gestructureerde, fasegewijze aanpak. Elke fase kent zijn eigen doelen. Gestructureerd werken wordt bevorderd door het gebruik van observatieschalen, het formuleren van begeleidingsdoelen, het invullen van een beknopt logboek en het beantwoorden door de behandelaar van enkele vragen per huisbezoek (tezamen het ‘babyformulier’). De behandeling wordt 'op maat' geboden, afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van ouder en kind.

    De interventie bestaat uit een kortdurende behandeling in de thuissituatie, gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de interactie tussen de ouder(s) en hun kind. Psycho-educatie over de behoeften en ontwikkelingen van een baby vormt daarbij een terugkerend onderdeel. Het aantal bezoeken varieert van 10 tot 20; de gebruikte methodieken variëren, afhankelijk van de mogelijkheden en behoeften van ouder(s) en kind.

    Video opnames vormen de basis van de interventie. Tijdens ieder huisbezoek worden opnamen van dagelijkse activiteiten gemaakt, zoals het kind in bad doen, eten geven of verschonen. Voor het bekijken en bespreken van de video-opnamen met de ouder(s) worden gestructureerde vragen gebruikt uit de methode van Schechter et al., 2006 (Assisted Video Feedback Exposure Session) met kleine wijzigingen. Deze vragen stimuleren de reflectie van de ouders op de beelden samen met een ondersteunende en reflecterende begeleider (mentaliseren en het bevorderen van video feedback).

    Naast video-observaties wordt, afhankelijk van de situatie en de behoeften van de ouders, gebruik gemaakt van modeling, cognitieve herstructurering, (beperkte) praktische opvoedingsondersteuning en babymassage (Uit onderzoek blijkt dat dragen en babymassage onafhankelijk bijdragen aan een goede relatie tussen ouder en kind)

    De uitgevoerde stappen en de voortgang worden geregistreerd in een verslag, waarvoor een speciaal formulier is ontwikkeld.

    Werkzame elementen

    Het programma kent vijf kernelementen

    1. Vroeg interveniëren (kind tussen 0-12 maanden): de emotionele band tussen ouder en kind vormt zich al tijdens de zwangerschap en in het eerste levensjaar. Als deze band zich niet op een positieve manier kan ontwikkelen als gevolg van de problemen van de ouder(s), leidt dit tot een verstoord interactiepatroon. Hoe eerder wordt geïntervenieerd, hoe sneller het contact tussen ouder en kind hersteld kan worden.
    2. Bevorderen van de kwaliteit van de ouder-kind interactie: de ouder-kind interactie is beïnvloedbaar en gevoelig voor preventieve interventies op jonge leeftijd van het kind. Een goede kwaliteit van de ouder-kind interactie, met name een hoge sensitieve responsiviteit, leidt tot een grotere kans op een veilige ouder-kind gehechtheid. Door toepassing van methoden als video feedback, modeling, cognitieve herstructurering en bevorderen van aanraken (door babymassage) wordt de kwaliteit van de ouder-kind interactie verbeterd. 
    3. Versterken van de sociale ondersteuning: de aanwezigheid van sociale ondersteuning van de partner blijkt één van de belangrijkste beschermende factoren voor het kind. Daarom wordt de vader actief betrokken bij de behandeling. De ouders worden ook aangemoedigd om hun netwerk uit te breiden.
    4. Aanvullende (geestelijke) gezondheidszorg, waaronder ook individuele behandeling van de ouder, maatschappelijk werk of ondersteuning bij financiële en huisvestingsproblemen.
    5. Huisbezoeken door een ambulant behandelaar: een ambulant behandelaar getraind in de uitvoering van de Ouder-Baby behandeling bezoekt ouder en kind in de leefomgeving van de ouder. Huisbezoeken maken de interventie meer laagdrempelig.

    Een ander werkzame element is de gestructureerde, fasegewijze aanpak.

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijn Problematische gehechtheid (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevat nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met hechtingsproblematiek.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Vaders en belangrijke anderen worden zo veel mogelijk betrokken. De behandeling richt zich specifiek op het contact tussen de specifieke ouder en zijn/haar kind.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    • Er is een langere aanlooptijd naar de video-opnames. Het kost bij ouders met een LVB soms iets meer tijd om de hulpverlener te vertrouwen, waardoor er niet altijd meteen gefilmd wordt.
    • De duur van de sessies kan desgewenst aangepast worden naar korter of langer.
    • Er wordt gedurende de interventie expliciet gelet op de leerbaarheid van de ouder. Samen met de ouder wordt besproken welke doelen gehaald kunnen worden en wanneer er overgegaan wordt naar een nieuw doel.
    • Indien er onvoldoende draagkracht of een te grote draaglast is, kan er naast de Ouder-Baby Behandeling ambulante begeleiding ingezet worden om de effectiviteit van de interventie te vergroten. 
    • Veel informatie is visueel gemaakt ter ondersteuning van de psycho-educatie.
    • Videoreflectie is een effectieve leerstrategie voor de ouder met een LVB. Er wordt gewerkt met beeld en geluid in plaats van met gesproken of geschreven tekst. Dit is effectiever dan enkel gesproken taal en een hulpverlener die onderwerpen uitlegt. 
    • De hulpverlener is een rolmodel.
    • De hulpverlening vindt thuis plaats, zodat er geen overdracht van het geleerde plaats hoeft te vinden naar een andere context, wat voor ouders met een LVB lastiger is.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    Gemiddeld bestaat de interventie uit 10 tot 20 huisbezoeken van 1 á 1½ uur. De bezoeken zijn wekelijks of tweemaal per week.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Ambulant behandelaar:

    • Aantal sessies (de gehele interventie): 10 tot 20 sessies.
    • Aantal minuten per sessie: 60 tot 90 minuten.

    Gedragswetenschapper:

    • Aanwezig bij intake en evaluatie (tussen- en eind)
    • Kijkt mee bij eerste opname en in latere fase van de behandeling waar nodig

    Collega ambulant behandelaar die getraind is in de interventie en die meekijkt met de opnames:
    10 opnames van 15 minuten, inclusief nabespreken: 5 uur

  • Setting

    De interventie wordt in de leefomgeving van het gezin uitgevoerd.

    Professional

    HBO opgeleide, SKJ geregistreerde professionals met ervaring en expertise op het gebied van ouders met een LVB. De hulpverlener heeft de Ouder-Baby behandeltraining gevolgd.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    • Camera met goede en voldoende (beveiligde) opslagmogelijkheden, bijvoorbeeld met een harde schijf.
    • De mogelijkheid om beelden op een vertrouwelijke manier te bekijken en te delen.
    • Een gedragswetenschapper die inhoudelijk meekijkt met het proces en minimaal de eerste video-opname.
  • Gebaseerd op / bewerking van

    Gebaseerd op de Ouder-Baby interventie van Dimence.

    • Brok, C. & Van Doesum, K. (red.) (september 2018, 4e herziene versie). Handboek - Een preventieve interventie voor moeders met psychiatrische problemen en hun baby's. Deventer: Dimence.

    Effectiviteit

    De Ouder-baby interventie is op 24 november 2016 door de Erkenningscommissie Interventies (Deelcommissie jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie) erkend als ‘Effectief volgens eerste aanwijzingen’.

    Van 2000-2007 is een gerandomiseerd onderzoek (gefinancierd door Zorg Onderzoek Nederland, ZonMw en Kinderpostzegels) naar het effect van de moeder-baby interventie bij depressieve moeders uitgevoerd door Karin van Dousem (Dimence en Radboud Universiteit Nijmegen). In het kort blijkt dat de interventie een positief effect heeft op de kwaliteit van de moeder-kind interactie, de gehechtheidsrelatie van het kind en de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind.

    Doesum, K. van, Riksen-Walraven, J.M., Hosman, C.M.H. & Hoefnagels, C. (2008). A randomized controlled trial of a home-visiting intervention aimed at preventing relationship problems in depressed mothers and their infants. Child Development, 79, 547-561.

    “Sterke punten van de interventie zijn de video-feedback, die de moeder-kind interactie op een positieve manier ondersteunt, het versterken van de sociale steun en de GGZ-behandeling van de moeder. Op basis van een gerandomiseerd onderzoek zijn er positieve effecten op de moeder-kind interactie gevonden, met name op de sensitiviteit van de moeders. Ook is de kwaliteit van de moeder-kind gehechtheidsrelatie verbeterd. Vijf jaar later zijn deze effecten echter niet meer aanwezig, zo blijkt uit een vervolgonderzoek onder dezelfde doelgroep.’’

Terug naar boven