Vacatures 12 nieuw

Ouder-kind behandeling

Ouder-kind behandeling is bedoeld voor ouders met een (vermoeden van) licht verstandelijke beperking (LVB) die problemen ervaren in de relatie met hun kinderen in de leeftijd van 1 tot en met 5 jaar. De behandeling is gericht op het bevorderen van een emotioneel veilige relatie tussen ouder(s) en kind. Het kan daarbij gaan om biologische ouders, pleegouders, stiefouders, gezinshuisouders en adoptieouders.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: ouder(s) met een kind van 1 tot en met 5 jaar;
    • ontwikkelingsniveau/IQ: ten minste één van de ouders heeft een IQ tussen de 50 en 85 of er is bij ten minste één van de ouders een vermoeden van LVB (dit vermoeden is bevestigd door de afname van de SCIL (SCreener voor Intelligentie en Licht verstandelijke beperking);
    • problematiek: (vermoeden van) problemen in de ouder-kind relatie;
    • hulpvraag: help mij als ouder om de gedragsproblemen van mijn kind te verminderen, of help mij om beter contact met mijn kind te hebben.

    Contra-indicaties:

    • geweld in de partnerrelatie, waarvoor ouders geen behandeling wensen;
    • vermoeden van geweld in de ouder-kind relatie welke niet bespreekbaar is en/of ouders die niet over de juiste intentie of mogelijkheden beschikken om te stoppen met het gebruiken van agressieve handelingen naar andere volwassenen en/of het kind;
    • andere actuele onveiligheid voor het kind.

    Aanvullende contra-indicatie binnen SHL;

    • er is niet (meer) sprake van een dagelijkse opvoedsituatie;
    • ouders zijn op geen enkele manier bereid tot samenwerking;
    • er is geen huisvesting.

    Tevens is het noodzakelijk dat er behandeling voor de ouder wordt ingezet op het moment dat er sprake is van psychiatrische of verslavingsproblematiek bij ouder(s).

    De interventie zetten wij vanuit ‘s HL ook worden in bij pleegouders en gezinshuisouders om de hechtingsrelatie te verbeteren.

  • Hoofddoel:

    • ouder(s) en kind hebben een emotioneel veilige relatie met elkaar.

    Subdoelen:

    • de relatie tussen ouder(s) en kind wordt gekenmerkt door plezier;
    • de ouder(s) kan/kunnen het kind helpen om te gaan met heftige gevoelens, zodat het kind zich begrepen voelt en zichzelf leert begrijpen;
    • de ouder(s) weet/weten hoe eigen heftige gevoelens of eigen problemen te hanteren, ook als het kind een duidelijke rol speelt in aanzet tot deze heftige gevoelens;
    • de ouder(s) kan/kunnen het kind stimuleren, passend bij de leeftijd;
    • de ouder(s) beschikt/beschikken over voldoende zelfvertrouwen;
    • gedragsproblemen bij het kind zijn gemakkelijker om te buigen en zijn minder in duur en intensiteit;
    • ouder(s) en kind zijn meer ontspannen;
    • kind voelt zich gesteund en begrepen door de ouder(s);
    • de onderlinge relatie tussen ouders wordt gekenmerkt door respect en steunt op regelmatig overleg en overeenstemming;
    • er wordt beter samengewerkt in de familie.
  • Aard werkzaamheden

    De Ouder-Kind Behandeling bestaat uit vier basismodules (4 individuele sessies van 45 minuten en een aantal video-opnames in de leefomgeving van de ouder(s)) en een of meerdere vervolgmodules waarbij ook gebruik wordt gemaakt van video-opnames. De sessies vinden wekelijks of tweewekelijks plaats. In de eerste sessies vindt psycho-educatie over veiligheid en gehechtheid plaats. De vertaling naar de praktijk van deze psycho-educatie gebeurt daarna door elke sessie videoreflectie met de ouder(s) te doen van situaties tussen ouder(s) en kind. Daarnaast wordt met de ouder(s) gesproken over thema’s uit het werkboek. De ouder(s) krijgen ook huiswerk om het geleerde te oefenen in de week die op de sessie volgt.

    De Ouder-Kind Behandeling kent vier basismodules: A) Wat is een gehechtheidsrelatie?, B) Valkuilen, C) Doelen en D) Plezier Delen. Module E) is de reflectiemodule: Nadenken en Waarden. Module L) is systeemmodule: Samenwerken & Familie. Daarnaast zijn er nog 6 praktische modules zoals module F) Observeren van je kind en module H) Troosten en Kalmeren.

    Vanwege het beneden gemiddeld tot zwak vermogen tot mentaliseren, volgen ouders met een LVB meestal alle modules. Bij een specifieke hulpvraag of een beter mentaliserend vermogen van ouders kan ook naast de 4 basismodules gekozen worden voor 1 of enkele aanvullende modules.

    Werkzame elementen

    • De gehechtheidstheorie wordt expliciet en visueel gemaakt met behulp van de Cirkels van Veiligheid en Vertrouwen.
    • Er wordt in bijna alle modules gebruik gemaakt van videoreflectie, een beproefd hulpmiddel in de hulpverlening aan ouders van jonge kinderen.
    • Bij de videoreflectie wordt gebruik gemaakt van gestructureerde vragen uit de Clinician Assisted Videoreflection Exposure Session. Deze vragen stimuleren op een gestructureerde manier de reflectie of het mentaliseren van ouders.
    • De hulpverlener staat model als veilige haven en veilige basis in zijn houding tijdens de hulpverlening en de videoreflectie.
    • Technieken uit de derde generatie gedragstherapie. Het gaat om elementen uit de Acceptance and Commitment Therapy en Mindfulness. Deze leggen veel accent op het accepteren van het hier en nu en maken ouders attent op vermijdingsgedrag en helpen hen de vermijding te doorbreken. 
    • Cognitieve gedragstherapeutische technieken zoals het werken met registratieopdrachten, het geven van huiswerk gericht op het nieuw aan te leren gewenst ouderlijk gedrag en het herstructureren van negatieve cognities.
    • Systeemtheoretische elementen en Driehoekskunde.
      Psycho-educatie.
    • Een gestructureerde, fasegewijze aanpak.

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijn Problematische gehechtheid (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevat nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met hechtingsproblematiek.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    De Ouder-Kind Behandeling richt zich op de ouder-kind relatie en wordt uitgevoerd bij een of beide ouders. Van ouders wordt hun hechtingsstijl in kaart gebracht. Het systeem van de ouder kan betrokken worden om de balans van de ouder te herstellen.

    De video-opnames zijn voor de ouder zelf. Aan het eind wordt er samen met de ouder een verslag gemaakt van de resultaten en die desgewenst gedeeld worden met de verwijzer/aanmelder.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    • Er is een langere aanlooptijd naar de video-opnames. Het kost bij ouders met een LVB soms iets meer tijd om de hulpverlener te vertrouwen, waardoor er niet altijd meteen gefilmd wordt.
    • De duur van de sessies kan desgewenst aangepast worden naar korter of langer. Een module hoeft niet uitgewerkt te worden in 1 sessie, daar kunnen er meer voor gebruikt worden. 
    • Er wordt gedurende de interventie expliciet gelet op de leerbaarheid van de ouders. Samen met de ouders wordt besproken welke doelen gehaald kunnen worden en wanneer er overgegaan wordt op de volgende module.
    • Indien er onvoldoende draagkracht of een te grote draaglast is, kan er naast de Ouder-Kind Behandeling ambulante begeleiding ingezet worden om de effectiviteit van de interventie te vergroten. 
    • Huiswerk wordt samen met een ambulant begeleider gedaan of tijdens de sessies eerst samen uitgevoerd. De instructies zijn kort, bondig en sluiten aan bij het niveau van de ouders.
    • Veel informatie is visueel gemaakt ter ondersteuning van de psycho-educatie.
    • Videoreflectie is een effectieve leerstrategie voor ouders met een LVB. Er wordt gewerkt met beeld en geluid in plaats van met gesproken of geschreven tekst. Dit werkt beter dan een hulpverlener die onderwerpen uitlegt. 
    • De hulpverlener is een rolmodel en oefent veel met de ouders.
    • De hulpverlening vindt thuis plaats, zodat er geen overdracht van het geleerde plaats hoeft te vinden naar een andere context, wat voor ouders met een LVB lastiger is.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    De interventie wordt wekelijks of tweewekelijks gegeven, afhankelijk van de wensen van de ouder en de indicatie. Per module wordt minimaal 90 minuten gerekend, maar dit kan naar behoefte uitgebreid worden. Minimaal worden de 4 basismodules ingezet en dit kan uitgebreid worden met een variatie uit de 7 keuze modules.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (de gehele interventie): minimaal 12 en maximaal ongeveer 50 (bij de duur van een jaar en wekelijkse sessies),

    Aantal minuten per sessie: 60 tot 90

    Na elke video-opname is er een intervisiemoment waarbij de hulpverlener met een collega (eerste keer met een gedragswetenschapper) de beelden bekijkt. Die sessies kosten ongeveer 40 minuten, in totaal zijn er 8 intervisiemomenten.

    De gedragswetenschapper is aanwezig bij de intake en de (tussen- en eind)evaluatie en kijkt mee bij de eerste opname en in latere fases van de behandeling waar nodig.

  • Setting

    De interventie wordt bij de ouders thuis gegeven. Dit kan ook bij pleegouders of een gezinshuis zijn, als het maar in de natuurlijke omgeving van de opvoeder en het kind is.

    Professional

    De Ouder-Kind hulpverlener heeft een HBO opleidingsniveau, is SKJ geregistreerd en dient de DOK! training van Dimence gevolgd te hebben. Verder dient de hulpverlener ervaring te hebben met het ambulant werken met gezinnen en ouders met een LVB. De hulpverlener moet goed zicht hebben op het niveau van ouders om goed af te kunnen stemmen op de ouder en de interventie zo goed mogelijk aan te kunnen laten sluiten.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    • camera met goede en voldoende opslagmogelijkheden, bijvoorbeeld met een harde schijf;
    • de mogelijkheid om beelden op een vertrouwelijke manier te delen;
    • de werkmap van de Ouder-Kind interventie;
    • een gedragswetenschapper die inhoudelijk meekijkt met het proces en minimaal de eerste video-opname.
  • Gebaseerd op / bewerking van:

    De DOK! Dimence Ouder Kind !nterventie is ontwikkeld door Marilene de Zeeuw en Carla Brok van Dimence.

    • Zeeuw de, M. & Brok, C. (2015). DOK!. Dimence Ouder Kind !nterventie voor het behandelen van een problematische gehechtheidsrelaties bij het jonge kind. Handboek voor hulpverleners versie 3. Deventer: Dimence.

    Effectiviteit

    De DOK! Is niet onderzocht op effectiviteit. In de zomer van 2016 heeft Romee Kotte (HBO studente Pedagogiek) een praktijk onderzoek binnen ’s Heeren Loo Oost verricht naar de sterke en verbeterpunten van de videoreflectie binnen de Ouder-Kind Behandeling. De resultaten waren positief. De videoreflectie wordt als een helpend middel ervaren; de ouders (8 deelnemende ouders met een LVB) krijgen meer zelfvertrouwen en zijn zich meer bewust van hun eigen handelen. Verbeterpunten zaten op het technische vlak (ondersteuning vanuit ICT is wenselijk) en dat er rollenspelen tijdens de intervisiemomenten gewenst zijn (3 behandelaren zijn geïnterviewd).

    Begin 2018 hebben Tip, F. en Huegen, S. (bachelorstudenten van de MWD opleiding van hogeschool Saxion in Enschede) een onderzoek gedaan naar de DOK! (# OKI DOK!, DOK! vanuit het oogpunt van de professional, juni 2018). Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van ’s Heeren Loo. Het heeft zich gericht op de basismodules van de ouder kind behandeling (DOK!) en de toepasbaarheid hiervan. Deze interventie wordt in de thuissituatie van licht verstandelijke beperkte cliënten (ouders) aangeboden. De interventie is gericht op de gehechtheidsrelatie tussen de ouder(s) en het kind. De hoofdvraag van het onderzoek is;

    ‘Hoe oordelen de betrokken professionals over het gebruik van de basismodules van de DOK! ten aanzien van de licht verstandelijk beperkte ouders die begeleid worden door ’s Heeren Loo Oost- Nederland’. In het onderzoek is gebruik gemaakt van zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek. Er is literatuuronderzoek verricht. Respons is verkregen door middel van interviews en enquêtes. Uit de onderzoeksresultaten is naar voren gekomen dat alle betrokken professionals positief zijn over het effect van de basismodules van de DOK!. Wel zijn er elementen die verbeterd kunnen worden en die kunnen bijdragen aan een betere aansluiting op de cliënt. Zoals dat het werkboek moet worden aanpast. Zowel de hoeveelheid taal als de moeilijkheidsgraad van de woorden. Daarnaast kan er meer gebruik gemaakt worden van visualisaties. Bestaande afbeeldingen zijn moeilijk te begrijpen. Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat, wanneer er sprake is van angst en stress, de cliënt niet in staat is een veilige basis te bieden voor het kind. Er is behoefte aan scholing onder de ouder kind behandelaren en de orthopedagogen. De communicatie verloopt niet altijd naar wens onder de betrokken professionals.

Terug naar boven