Vacatures 10 nieuw

Ouder Kind interactie-Bewegingsspel (OKI-B)

Ouder Kind-Interactie Bewegingsspel (OKI-B) toegepast in de Psychomotorische Therapie is bedoeld voor VB, MVB en LVB cliënten vanaf 4 jaar met hechtingsproblematiek/een verstoorde relatie met hun ouders en/of verzorgers en gericht op het vergroten van de sensitiviteit en responsiviteit van de ouders/verzorgers en de groei en ontwikkeling van de cliënt.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: 4 jaar en ouder. 
    • ontwikkelingsniveau/IQ: LVB, MVB en EVB;
    • problematiek: 
      • cliënten met hechtingsproblematiek;
      • cliënten met een verstoorde relatie met hun ouders/verzorgers;
    • hulpvraag:
      • ouders/verzorgers hebben moeite om het gedrag van hun kind/cliënt te begrijpen;
      • ouders/verzorgers hebben moeite om aan te sluiten bij het ontwikkelingsniveau van hun kind/cliënt.

    Contra-indicaties:

    • lichamelijke klachten van cliënt en/of ouder(s) waardoor bewegen niet mogelijk is.
      (Het gaat hierboven om OKI-B en om een aangepaste versie van OKI-B.)
  • Hoofddoel:

    • het vergroten van de sensitiviteit en responsiviteit van de ouder(s)/verzorger(s) en de groei en ontwikkeling van het kind/ de cliënt.

    Subdoelen:

    • Het hechtingsproces versterken, waardoor de cliënt veiliger gehecht raakt.
    • Herstellen van de band tussen ouders/verzorgers en kind/cliënt, zodat contact en opvoeding/begeleiding weer meer vanzelf gaan.
    • Het kind/de cliënt leert vertrouwen te hebben in de ouders/verzorgers en in zichzelf, wat het zelfbeeld en het vertrouwen bevordert.

  • Aard werkzaamheden

    Er wordt gewerkt met werkvormen uit de Sherborne Bewegingspedagogiek en samenwerkings­vormen uit de psychomotorische therapie.

    Ouders/verzorgers krijgen de mogelijkheid om in een veilige omgeving spelenderwijs positieve opvoedings-/begeleidingsvaardigheden te ervaren, hun sensitiviteit t.a.v. de cliënt te vergroten en de leiding over hun kinderen (weer) terug te nemen.

    De cliënt wordt in staat gesteld om positieve en plezierige ervaringen op te doen met zichzelf en de ouder, ervaringen die niet van nature tot stand zijn gekomen of gestagneerd zijn geraakt.

    Werkzame elementen

    • Ervaringsgerichte therapiesessies: het gaat om het samen bewegen van ouder/verzorger en cliënt. De bewegingsgerichte opdrachten spelen in op de relatie tussen ouder/verzorger en cliënt en op de 'body mastery' van de cliënt (het thuis zijn in het eigen lijf, ervaren dat het lichaam een veilige, prettige en vertrouwde plek is). Er wordt gewerkt met drie relatievormen: 'zorgen-voor-relaties ' (een persoon draagt zorg voor de ander), 'tegen-elkaar-relaties ' (twee personen onderzoeken hun kracht aan elkaar, terwijl ze rekening blijven houden met de ander) en 'te-samen-relaties ' (relaties die wederzijdse afhankelijkheid en ondersteuning vereisen). 
    • Videofeedback: feedback aan de hand van video-opnames die tijdens de sessies gemaakt worden.

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijn Problematische gehechtheid (onderdeel van de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevat nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met hechtingsproblematiek.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Een of beide ouders/verzorgers nemen deel aan de therapiesessie. In plaats van de ouder kan ook een andere belangrijke volwassene deelnemen aan de therapie, denk aan tante of oom, stiefouder, adoptieouder of groepsleider.

    Met de ouder(s)/verzorger(s) en of andere belangrijke volwassene worden de video-opnames besproken en de voortgang van de therapie geëvalueerd.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    OKI-B is oorspronkelijk ontwikkeld voor kinderen tot 8 jaar en hun ouders. Binnen onze (LVB)-praktijk blijkt deze methodiek ook zeer goed toepasbaar bij kinderen boven de 8 jaar. Wanneer de therapie zich richt op een jongere of volwassene met zijn ouders/verzorgers, dan kunnen er waar nodig werkvormen gebruikt worden vanuit de psychomotorische therapie. 

    Dit zijn ook bewegingsgerichte opdrachten die gericht zijn op het zichtbaar maken van de drie relatie-werkvormen ‘zorgen-voor-relaties’, ‘tegen-elkaar-relaties’ en ‘te-samen-relaties’. Het verschil is dat er bewegingsmateriaal bij gebruikt kan worden.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    OKI-B vindt plaats in tien tot veertien sessies waarbij ouder(s)/verzorger(s) en de cliënt samen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er drie gesprekken met alleen de ouder(s)/verzorger(s) waarin videofeedback wordt geboden. De behandeling kent een observatiefase van twee sessies, een uitvoerende fase van zes tot tien sessies en een afrondende fase van twee sessies. Afhankelijk van de hulpvraag en het verloop van de therapie, kan dit proces 2 of drie keer worden doorlopen.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (de gehele interventie): 10 tot 14 (eventueel wordt dot proces twee of drie keer doorlopen).

    Aantal minuten per sessie: 2 -2,5 uur. 

    • 30 minuten voorbereiden sessie.
    • 60 minuten aan het werk met ouder(s) en kind/jongere/jongvolwassene.
    • 60 minuten bekijken en uitwerken van video-opnames.

  • Setting

    Extramuraal en intramuraal.

    Professional

    Psychomotorisch Therapeut met opleiding in OKI-B.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen):

    • PMT-ruimte of gymzaal

  • Gebaseerd op / bewerking van:

    De bewegingspedagogiek van Veronica Sherborne, een methode die vanuit de praktijk is ontwikkeld, en de hechtingstheorie van John Bowlby.

    Effectiviteit

    Bessems (2013) heeft een pilotonderzoek uitgevoerd naar de effecten van OKI-B (elf sessies) bij 25 normaal begaafde kinderen (3-8 jaar) en hun ouders. Resultaten waren hoopvol: de sensitiviteit van de opvoeder en de responsiviteit van het kind namen toe, de gedragsproblemen van de kinderen namen af. 

    Sanders-Sizoo (2008) verwijst naar Marsden (2007) die een overzicht geeft van onderzoeken waarin positieve effecten van de Sherborne’s bewegingspedagogiek gevonden zijn: verbeteringen in sociale ontwikkeling en de band tussen ouders en kind en verbeteringen in leesvaardigheid en motoriek. Op de kwaliteit van de onderzoeken is echter wel een en ander af te dingen.

    Onderzoek naar effecten bij kinderen met een beperking is niet gevonden.

    • Bessems, T.R.J.M. (2013). Ouder Kind Interactie Bewegingsspel (OKI-B) Een kortdurende behandeling van hechtingsproblemen bij jonge kinderen. Tijdschrift Kinder- & Jeugdpsychotherapie, (40), 4, 87-102.
    • Marsden, E. (2007). Moving with research evidence-based practice in Sherborne Developmental Movement. Clent: Sunfield Publications.
    • Sanders-Sizoo, M. (2008). Sherborne’s bewegingspedagogiek binnen de Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling, een meerwaarde of niet? Enschede: Universiteit Twente (Masterthese Psychologie).
Terug naar boven