Vacatures 12 nieuw

Therapie met honden

Therapie met honden is bedoeld voor cliënten vanaf ongeveer 3 jaar met psychosociale of psychische problematiek. De individuele therapie waarbij een hond wordt ingezet is gericht op vermindering of wegnemen van de problematiek.

  • Indicatiecriteria:

    • leeftijd: 3 jaar en ouder;
    • ontwikkelingsniveau/IQ: LVB, MVB en NAH;
    • problematiek: cliënten met één of meerdere van de volgende problemen:
      • negatief zelfbeeld of lichaamsbeeld;
      • angstklachten;
      • (seksueel) misbruikt zijn;
      • impulsregulatie problematiek;
      • agressieregulatie problematiek;
      • de handicap of beperkingen niet kunnen accepteren;
      • sociale problemen;
      • weinig weerbaar zijn in het contact met anderen;
      • problemen in het contact met leeftijdgenoten;
      • traumatische ervaringen (bijvoorbeeld echtscheiding of overlijden);
      • problematische gehechtheid;
      • psychosomatische klachten;
      • depressieve klachten;
      • kind van ouder(s) met psychiatrische problematiek (kopp).

    Keuze voor therapie met honden ligt voor de hand wanneer:

    • de cliënt affiniteit heeft met honden;
    • de cliënt moeilijk kan praten over zijn gevoelens/gedachten;
    • de cliënt veel ‘in zijn hoofd bezig is’ en meer belevingsgericht aan de slag moet om zich verder te ontwikkelen of problemen aan te pakken.

    Contra-indicaties:

    De therapie kan niet ingezet worden wanneer:

    • er sprake is van allergie voor honden;
    • er sprake is van externaliserend/agressief gedrag naar honden en de cliënt is hier niet leerbaar in (de therapeut is hier bepalend in);
    • de hond ziek is of stress ervaart in de situatie of bij de cliënt (de therapeut is hier bepalend in).

    De volgende factoren belemmeren het rendement van de therapie:

    • niet betrokken ouders/verzorgers;
    • verslavingsproblematiek;
    • aanhoudend gebrek aan motivatie bij cliënt;
    • géén hulpvraag hebben;
    • suïcidaliteit;
    • ernstige psychiatrische problematiek, bijvoorbeeld een acute psychose, waarbij directe behandeling van een psychiater is vereist.
  • Hoofddoel:

    • de psychosociale of psychische problematiek is weggenomen of verminderd.

    Subdoelen:

    • de cliënt is zich bewust van zijn eigen gedrag en gevoelens;
    • de cliënt doet nieuwe inzichten, ervaringen en successen op.
  • Aard werkzaamheden

    Bij de inzet van therapie met honden wordt er gebruik gemaakt van de reactie van de hond op de cliënt. De hond reageert op emoties en gedrag van een cliënt. De hond laat dit d.m.v. zijn gedrag aan de cliënt terug zien, als een soort spiegel. Door middel van het contact met de hond wordt het gedrag van de cliënt onderzocht en worden er (nieuwe) ervaringen opgedaan op het gebied van voelen, denken en willen. Ook kan worden geëxperimenteerd met nieuw gedrag (handelen).
    Een voorwaarde om te kunnen werken aan gestelde doelen, is het opbouwen van een veilige, affectieve vertrouwensrelatie tussen de cliënt, therapeut en hond.

    • Bij de start van de therapie wordt er uitleg gegeven over signalen van honden, omgangsregels met honden en hoe gedrag van honden geïnterpreteerd kan worden. Op deze manier leert de cliënt de signalen van een hond te begrijpen en kan de cliënt leren afstemmen op de hond.
    • Een hond wordt ingezet tijdens werkvormen om in samenwerking met de cliënt activiteiten te doen, waarbij de hond de cliënt spiegelt en nieuwe inzichten geeft in zowel denken, voelen als handelen.
    • Nieuw aangeleerd gedrag vanuit eerdere sessies, kan vervolgens met de hond geoefend worden. De cliënt krijgt op een liefdevolle, vergevingsgezinde wijze van de hond terug wat goed gaat en waar nog aan gewerkt kan worden. 
    • Er wordt gebruik gemaakt van contextmanipulatie, dat wil zeggen dat de therapeut wijzigingen aanbrengt in het arrangement.

    Werkzame elementen

    Honden zijn eerlijk, puur, rustgevend en hebben geen waardeoordeel. Dit verhoogt het gevoel van veiligheid binnen de therapie. Een hond reageert op emoties en gedrag en maakt de ander op die manier bewust van zijn eigen gedrag en gevoelens. Dit geeft nieuwe inzichten, ervaringen en successen.
    De therapie met honden biedt een veilige plek om te experimenteren met ander gedrag. Ook kunnen nieuwe ervaringen met voelen en denken opgedaan worden. Tijdens de therapie met honden krijgt de cliënt de gelegenheid om ‘correctieve emotionele belevingen’ op te doen. In een therapeutische context doet een cliënt nieuwe ervaringen op waarbij hij nieuwe gevoelens beleeft en deze durft te uiten. Hij ervaart dan acceptatie in plaats van de verwachte afwijzing of minachting, waardoor gevoelens van bijvoorbeeld schaamte of boosheid vaak verminderen.
    De hond reageert op emoties en gedrag van een cliënt en laat dit in zijn gedrag aan de cliënt en de therapeut zien. De hond kan de cliënt zo bewust maken van zijn gedrag en gevoelens en dit kan helpend zijn in het opdoen van nieuwe inzichten, ervaringen en successen.
    De therapie wordt altijd op maat aangeboden. Volgens verschillende onderzoeken zorgt interactie tussen mens en dier, en dan met name tussen mens en (eigen) hond, voor de aanmaak van het stressregulerende hormoon oxytocine. Dit zorgt voor meer sociale interactie en het verbeteren van gezondheid van de mens (Beetz et al., 2012).

    Aanvullend voor jeugdigen:
    De richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming (de Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming ontwikkelt door Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO) en de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)) bevatten nog meer werkzame elementen rondom het ondersteunen van jeugdigen met bijvoorbeeld Problematische gehechtheid.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    Een eigen hond kan een belangrijke bijdrage leveren aan de therapie, voor zowel tijdens de therapie sessies als in de thuissituatie. Er kan (wanneer de hond hiervoor geschikt is) een betere transfer gemaakt worden vanuit de therapiesessies naar de thuissituatie wanneer een cliënt met zijn eigen hond deelneemt aan de therapie.
    Betrokkenheid van ouders en andere personen uit het sociale netwerk is wenselijk voor de transfer en voor de opvang na een sessie. Indien gewenst en in overleg met de cliënt is er een mogelijkheid dat ouders of andere betrokkenen aanwezig zijn bij de sessies. Vaak is er na een aantal keer een gesprek met ouders en overige hulpverleners in het systeem. Daarnaast is er overleg met docenten, begeleiders, overige belangrijke betrokken mensen. Bel- en mailcontact met therapeut kan wekelijks of maandelijks zijn.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    Voor cliënten met een verstandelijke beperking wordt de therapie met honden op de volgende manier aangepast:

    • Er wordt afgestemd op de cognitieve, sociale en emotionele mogelijkheden van de cliënt.
    • De communicatie wordt afgestemd op het niveau van de cliënt. Het taalgebruik wordt vereenvoudigd, er wordt nagegaan of je elkaar begrijpt en er wordt visuele ondersteuning ingezet.
    • De oefenstof wordt concreet gemaakt. De voorbeelden sluiten aan bij de belevingswereld van de cliënt, de oefenstof wordt zichtbaar gemaakt en de cliënt leert door te ervaren. 
    • Een sessie wordt waar nodig voorgestructureerd en vereenvoudigd.
      Er wordt gericht aandacht besteed aan generalisatie, bijvoorbeeld door het netwerk of een eigen hond te betrekken. 
    • Er wordt gezorgd voor een veilige en positieve leeromgeving door de cliënt te motiveren, het zelfvertrouwen te vergroten en veiligheid te creëren.

    Bron: Richtlijn effectieve interventies LVB. Landelijk Kenniscentrum LVG. 2011

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    Therapie met honden wordt individueel aangeboden.
    De therapiesessies duren 45 minuten, waarbij de gemoedstoestand van de hond en de cliënt leidend is (het kan dus zijn dat de therapie korter duurt, de therapeut bepaalt dit). De sessies worden wekelijks gegeven. De therapie kan kortdurend of in een langer traject worden aangeboden.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    Aantal sessies (van de gehele interventie) is afhankelijk van de hulpvraag en wordt in overleg met de hoofdbehandelaar besloten. In eerste instantie wordt uitgegaan van 15 á 30 sessies
    Aantal minuten per sessie: 45 minuten directe tijd, 30 minuten indirecte tijd. Daarnaast is er tijd nodig voor overleg/evaluaties met cliënt, ouders en overige belangrijke mensen uit het systeem van de cliënt.
    Ook moet de hond voor en na de sessie worden uitgelaten en eventueel opgehaald worden van huis. Dit zorgt voor extra ‘reistijd’.

  • Setting

    Intra- en extramuraal, waar een hond welkom is en de situatie zowel voor de hond als de cliënt veilig is. De hond moet los van de riem kunnen in een veilige omgeving.

    Professional

    Een (vak)therapeut met een opleiding tot therapiehond begeleider (of soortgelijke opleiding).

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Er is een ruimte nodig waar honden welkom zijn en waar beweegruimte is voor cliënt en hond.
    Een hond die in therapie ingezet wordt hoeft niet van een bepaald ras te zijn. Het is van belang dat zij stabiel zijn en niet erg angstig, gestrest of agressief zijn. Een voorwaarde is dat de hond plezier beleeft en dat het veilig is voor de hond.
    Als er gewerkt wordt met de hond van de therapeut, is deze hond altijd opgeleid en goedgekeurd door een erkende organisatie.

  • Gebaseerd op / bewerking van:

    Voor meer informatie over therapie met honden, zie:

    Effectiviteit

    Er heeft nog heeft onderzoek naar de effecten van deze interventie plaatsgevonden. Mens-dier interactie, en dan met name met een (eigen) hond, leidt tot hogere niveaus van het stressregulerende hormoon oxytocine. Dit lijkt positieve invloed te hebben op sociale interactie, het reduceren van stress en angsten en de gezondheid van mensen (Beetz et al., 2012).

    • Beetz, A., Uvnäs-Moberg, K., Julius, H., & Kotrschal, K. (2012). Psychosocial and Psychophysiological Effects of Human-Animal Interactions: The Possible Role of Oxytocin. Frontiers in Psychology, 3, 234. http://doi.org/10.3389/fpsyg.2...
Terug naar boven