Vacatures 11 nieuw

Zindelijkheidstraining

De zindelijkheidstraining is bedoeld voor mensen met een LVB, MVB en EVB en is gericht op het overdag en/of ’s nachts zindelijk worden.

  • Indicatiecriteria:

    • ontwikkelingsniveau/IQ: ontwikkelingsleeftijd minimaal 18 maanden;
    • problematiek: onzindelijkheid;
    • hulpvraag: leren plassen op toilet overdag en of ’s nachts, leren poepen op toilet i.p.v. in een luier als iemand al op toilet plast.

    Contra-indicaties:

    • epilepsie met meer dan 1 aanval per dag of veelvuldige absences;
    • medische oorzaak voor de onzindelijkheid;
    • wanneer er veel spanning/instabiliteit is bij de cliënt zelf of in zijn systeem.

    Aanvullende criteria m.b.t. de intensieve zindelijkheidstraining voor klokzindelijkheid voor urine overdag

    Indicatiecriteria:

    • problematiek: onzindelijk overdag, waarbij minder intensieve interventies om zindelijk te leren worden geen of onvoldoende resultaat hebben gehad;
    • hulpvraag: klokzindelijk leren worden van urine overdag.

    Contra-indicaties:

    • beperkte mobiliteit waardoor iemand niet bij het toilet kan staan.
  • Hoofddoel:

    • klokzindelijk worden van urine overdag en/of ’s nachts, tussen de vooraf ingestelde toiletmomenten droog blijven, leren poepen op het toilet i.p.v. in een luier (wanneer iemand al wel op het toilet kan plassen.)
  • Aard werkzaamheden

    Tijdens de intake wordt de huidige situatie in kaart gebracht, waarbij gekeken wordt naar het totale beeld van de cliënt in zijn omgeving en de voorgeschiedenis m.b.t. zindelijkheid. Op basis daarvan wordt een plan van aanpak geschreven. Naast een basismeting kan dit bestaan uit adviezen en aanpassingen rondom de dagelijkse toiletgang, psycho-educatie, angstreductie, enzovoorts.

    Wanneer een cliënt een intensievere begeleiding nodig heeft in zijn zindelijkheidsproces, kan in overleg met betrokkenen gekozen worden voor de respons restrictie zindelijkheidstraining.

    Deze training bestaat uit 10 stappen, die elk een criterium hebben dat behaald moet zijn om door te gaan naar de volgende stap. Tijdens deze trainingsstappen wordt de kans op plassen op het toilet zo groot mogelijk gemaakt:

    1. De cliënt krijgt extra drinken, zodat de kans dat hij een volle blaas heeft en moet plassen, zo groot mogelijk is.
    2. De trainer is continu zo neutraal mogelijk aanwezig, totdat de cliënt op het toilet plast. Dan volgt veel aandacht en een grote beloning die past bij de cliënt. Door het contrast tussen de neutrale begeleiding en de grote beloning, wordt voor iemand sneller duidelijk wat de bedoeling van de training is. 
    3. Wanneer de cliënt iets anders doet dan op het toilet zitten, zoals spelen met toiletrolhouder, dan wordt hij hierin op een rustige manier fysiek tegengehouden door de trainer. Dit heeft als doel dat sneller duidelijk is wat er gewenst is en dat iemand zich beter kan richten op het aanvoelen van zijn blaas. 
    4. Verder wordt de afstand tot het toilet geleidelijk aan vergroot. In het begin van de training staat de cliënt vlakbij het toilet of zit erop. Stapsgewijs wordt de afstand tot het toilet vergroot. Hiermee wordt de kans dat iemand in het begin op het toilet gaat zitten vergroot, waardoor ook de kans dat hij of zij op het toilet plast groter wordt.

    Na het doorlopen van de 10 stappen, wordt specifiek gewerkt aan generalisatie, zodat de cliënt ook op andere toiletten in andere situaties en bij andere trainers / begeleiders op het toilet leert plassen.

    Werkzame elementen

    • een plan van aanpak op maat; 
    • het leerproces in zeer kleine stappen opbouwen;
    • gedragstherapeutische principes, zoals 
      • systematisch op- of afbouwen van de hoeveelheid geboden hulp;
      • desensitisatie;
      • beloning;
      • generalisatie van het geleerde gedrag.

    Betrokkenheid ouders en andere personen uit het sociale netwerk

    De intake, het bespreken van het plan van aanpak en het evalueren wordt samen met ouders en

    voor de cliënt belangrijke anderen gedaan en indien gewenst met de cliënt zelf. Voorafgaand aan de training worden betrokkenen geïnformeerd over de inhoud van de training.

    Afhankelijk van de vraag, de totale situatie, de trainingsvorm en wens van ouders / wettelijk vertegenwoordigers worden zij bij de uitvoering van de training in meerdere of mindere mate betrokken. Tijdens de training zullen zij op de hoogte worden gehouden van het verloop van de training en advies krijgen hoe te handelen m.b.t. toiletgang buiten de trainingsmomenten.

    Tijdens de generalisatie worden de mensen uit de omgeving van de cliënt actief, zodat het geleerde gedrag gebruikt kan worden in het dagelijks leven.

    Specifieke aanpassingen voor de omschreven doelgroep(en)

    Er wordt rekening gehouden met wat iemand zelf en wat zijn omgeving aankan, bijvoorbeeld qua
    trainingsduur en -intensiteit. Verder is soms een voorbereidende fase nodig, bijvoorbeeld wanneer
    iemand bang is voor het toilet. Dan zal alvorens de zindelijkheidstraining te starten eerst een
    training uitgevoerd worden om de angst voor het toilet te verminderen Elke training vraagt waar nodig een aanpassing op maat voor die cliënt.

    Verder kunnen materiële aanpassingen aan het toilet of de postoel nodig zijn, zoals een
    toiletverkleiner, voetensteun, spatscherm, sensorondergoed, plaswekker, enzovoorts.

    Duur, frequentie en vorm van de interventie

    De zindelijkheidstraining is individueel, waarbij de duur en de vorm van de training afhankelijk zijn van de vraag.

    Wanneer er is gekozen voor een intensieve zindelijkheidstraining op basis van respons restrictie, dan duurt de individuele training doorgaans maximaal 3 weken, minimaal 5 dagen per week, 6 uur per dag. Daarna is er één week nodig voor de generalisatie (5 dagen, 6 uur per dag). De totale trainingsduur is o.a. afhankelijk van de snelheid waarmee de cliënt leert en de uitgangssituatie, dit is tot nu toe niet te voorspellen.

    Tijdsinvestering van de professional(s)

    De inzet en benodigde tijdsduur per discipline is afhankelijk van de vraag.

    • AVG arts: 60 min;
    • ergotherapeut: 60 min;
    • persoonlijk begeleider: 480 min (indien intramurale vraag): intake, bespreken plan van aanpak met betrokkenen, informeren van en uitzetten van lijnen binnen team, tussentijdse evaluaties met GDW-er, eindevaluatie (bij extramurale vraag 480 min extra om ouders te begeleiden);
    • manager zorg: 120 min: bespreken van voorwaarden, indien nodig aanpassing personeelsbezetting regelen;
    • nachtzorg: 30 min per nacht gedurende circa 6 maanden (indien intramurale vraag naar zindelijkheid ’s nachts);
    • gedragswetenschapper met expertise zindelijkheid: 900 min voor intake, schrijven en bespreken plan van aanpak met betrokkenen, tussentijdse evaluaties met ouders/persoon lijk begeleider en eindevaluatie.

    Intensieve zindelijkheidstraining:

    Begeleiders / zindelijkheidstrainers8700 min = 145 uur
    Betrokken GDW’er360 min = 6 uur
    Ergotherapeut120 min = 2 uur
    Manager primair proces360 min = 6 uur
    Arts60 min = 1 uur
    Gedragswetenschapper met expertise zindelijkheid1470 min = 24,5 uur
    Totaal184,5 uur
  • Setting

    In overleg met betrokkenen wordt bepaald waar de training plaats vindt. Dat kan zijn thuis, op school, op de dagbesteding, op het werk of in de woning (bijvoorbeeld een gezinshuis). In overleg is veel mogelijk. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met de mogelijkheden van iemands netwerk en dat de cliënt zich vertrouwd voelt in de omgeving waar de training wordt uitgevoerd. Tijdens de afronding van de training wordt op alle plaatsen waar de cliënt vaak komt, kort getraind, zodat hij het geleerde in verschillende situaties kan toepassen (generalisatie).

    Professional

    Persoonlijk begeleider / medewerker nachtzorg beschikt over een HBO-opleiding en heeft ervaring met de doelgroep.

    De zindelijkheidstrainer die een intensieve respons restrictie zindelijkheidstraining geeft, beschikt over een HBO opleiding, heeft ervaring met de doelgroep en heeft de scholing ‘Intensieve zindelijkheidstraining’ gevolgd.

    Gedragsdeskundige met expertise zindelijkheid beschikt over een WO opleiding, is bekend met gedragstherapeutische principes en heeft ervaring met de doelgroep.

    Randvoorwaarden: organisatorisch en contextueel

    Andere benodigdheden (bv. materialen): Er kunnen materiele aanpassingen aan het toilet of de postoel nodig zijn, zoals een toiletverkleiner, voetensteun, spatscherm. Ook kan er gebruik gemaakt worden van sensorondergoed, plaswekker, enzovoorts.

    Voor de intensieve zindelijkheidstraining geldt dat:

    • Tijdens de training moet een (liefst wat ruimer) toilet met eventueel aangrenzende ruimte minimaal 6 uur per dag beschikbaar zijn. Deze kan dan niet door anderen gebruikt worden.
    • De zindelijkheidstrainers dienen uitgeroosterd te worden van hun dagelijkse werkzaamheden ten tijde van de training en overlegmomenten.

    De zindelijkheidstrainer moet gedurende de training beschikken over een telefoon om te allen tijde de gedragsdeskundige te kunnen bellen voor overleg.

  • Gebaseerd op / bewerking van:

    Er wordt gebruik gemaakt van verschillende technieken, afhankelijk van de zindelijkheidsvraag, zoals gedragstherapeutische principes, psycho-educatie, ontspanningstechnieken, plaswekkertraining, coaching van interactie tussen ouders/begeleiders en cliënt rondom toiletgang, enzovoorts. Elke training is uniek, waarbij uitgegaan wordt van de mogelijkheden van de cliënt in zijn omgeving.

    • Braet, C. & Bögels, S. (red.) (2014). Protocollaire behandelingen van kinderen en adolescenten met psychische klachten. Amsterdam: Boom.

    Respons restriction toilet training van Duker en Seys.

    • Duker, P.C., Averink, M., & Melein, L. (2001). Response restriction as a method to establish diurnal bladder control. American Journal on Mental Retardation, 106, 209-215.

    Effectiviteit

    • Averink, M., Melein, L., & Duker, P.C. (2005). Establishing bladder control with the response restriction method: extended study on its effectiveness. Research in Developmental Disabilities, 26, 143-151. 
    • Duker, P.C., Averink, M., & Melein, L. (2001). Response restriction as a method to establish diurnal bladder control. American Journal on Mental Retardation, 106, 209-215.
    • Oorsouw, W.M.J. van, Duker, P.C., Melein, L., & Averink, M. (2009). Long-term effectiveness of the response restriction method for establishing diurnal bladder control. Research in Developmental Disabilities, 30, 1388-1393.
Terug naar boven